NL | EN

Met de motor van Argentinië naar Mexico

Als oudere maar ervaren motorrijder van 50 jaar (Neerpelt 03/03/1957) heb ik besloten om, voor het te laat is, nog één keer goed uit te pakken en er nog eens van te genieten. De wereld zien is iets wat je boeit of niet. Mijn interesse in andere culturen, is na mijn Afrika avontuur alleen toegenomen. Het is fantastisch om in levende lijve te ondervinden hoe het er in andere werelddelen aan toe gaat. Daarom wil ik het ook nu weer beleven van op mijn motor. Met de motor reizen heeft een hoop voordelen: je bent niet afhankelijk van het lokale openbaar vervoer. Je kunt op plaatsen komen waar anderen niet komen en je legt gemakkelijker contact met de plaatselijke bevolking. Verder bepaal je zelf het tempo en kan je stoppen waar je wilt.

Na overleg met mijn vrouw kreeg ik de toestemming om er 4 maanden op uit te trekken. Ditmaal zal mijn motorreis doorheen Latijns - Amerika gaan . Ook nu is de reis weer gekoppeld aan een goed doel. (klik hier voor meer info) Veel leesplezier.

Reisverslag deel 1

De afgelopen weken was ik toch een beetje verbaasd hoeveel mensen er met mij mee leefde en hoe enthousiast ze waren over mijn reis. Soms vragen ze wel eens wat reizen voor me betekend?

Wel reizen is eigenlijk een vast onderdeel van mijn leven geworden. Zowel voor mijn werk als voor mijn plezier ben ik dikwijls in het buitenland.

Maar toen ik eenmaal goed en wel in het vliegtuig zat besefte ik pas dat ik weer voor een lange tijd van huis weg zou zijn,en dat ik mijn familie en vrienden nu ook weer ga missen. Soms denk ik wel eens waarom doe ik dit eigenlijk allemaal??? Thuis heb ik alles wat mijn hartje verlangt en toch ga ik telkens weer weg van huis verwarrend allemaal. Maar ik ben verslaafd aan het reizen en het is sterker dan me zelf.

Voor mij krijgt een land pas betekenis als ik er ben geweest,ik wil alles met mijn eigen ogen zien. Ik vind het iedere keer weer spannend ergens te komen waar ik nog niet eerder was .Het ontdekken van steeds weer nieuwe culturen de gastvrijheid van de lokale inwoners is het mooiste wat je kan overkomen. Al dromend over wat ga komen val ik in slaap.

Na ongeveer 9 uur opgeplooid in een vliegtuigstoel te hebben gezeten, heb ik de kans om de benen te strekken:het eerste deel van de vliegreis zit erop. In Washington moet ik overstappen op een ander vliegtuig dat mij naar Buenos Aires zal brengen. In de transit zone van de luchthaven valt er weinig te beleven,en ik wil eigenlijk liefst zo snel mogelijk weer verder vliegen,maar moet noodgedwongen meer dan 7uur wachten op mijn volgende vlucht.

Bij aankomst in de luchthaven van Buenos Aires wil ik meteen in een taxi stappen maar ik word belaagd door, geldwisselaars , reisagenten,en andere individuen die mij graag van hun diensten willen voorzien. Eens buiten de hekken van de luchthaven slaag ik er in een taxi te vinden die me voor een goede prijs naar mijn hotel wil brengen. Op weg naar het centrum van de Argentijnse hoofdstad Buenos Aires is de drukte op de straat het eerste wat me opvalt. Op de terrassen voor de vele restaurantjes genieten de mensen van hun vrije dag. Na het inchecken in mijn hotel breng ik ondanks de vermoeidheid nog snel een bezoekje  aan de wijk San Telmo. Het is één van de oudste wijken van de stad, met veel antiekwinkeltjes en neokoloniale huizen.

DE MOTOR OPHALEN

Een motor een Latijns-Amerikaans land binnen brengen is een hele klus. De motor moet tijdelijk worden ingevoerd en dat vraagt heel wat bureaucratische rompslomp. Velen hebben mij gewaarschuwd voor deze onderneming:het kan lang duren en er moeten steekpenningen worden betaald. Gelukkig blijft al die heisa mij gespaard, want de mensen van BMW Group Argentina hebben alles voor mij geregeld. Als een soort van sponsoring hebben ze alle kosten die hier aan verbonden zijn ook voor hun rekening genomen.

In de werkplaats van BMW kan ik in alle rust mijn motor  klaarmaken voor de tocht doorheen Latijns-Amerika.

Omdat alles zo vlot is verlopen heb ik ruim de tijd om nog een bezoek brengen aan Buenos Aires

Het lijkt wel of ik in Barcelona aan het rondwandelen ben, de stad ziet er heel Europees uit. Ik slenter over de beroemde Avenida de Mayo naar Plaza del Congreso, een van de grootste pleinen van de stad met o.m. het imposante regeringsgebouw. Daarna steek ik de Avenida 9 de Julio over, de breedste boulevard ter wereld, en kom zo uit op Plaza de Mayo met de presidentiële ambtswoning,de Casa Rosada. Vanaf hier ga ik via Puerto Madera naar de oude haven. Hier ligt de wijk La Boca, van oorsprong een Italiaanse visserswijk. De golfplaten huizen werden indertijd met felle kleuren beschilderd,een wonderlijk zicht.

Als ik zo door de "Capital Federal" rondloop, kan ik maar moeilijk bevatten dat Argentinië een derde wereldland is. Het is er mooi, en schoon, zwervers en bedelaars zie je nauwelijks.
Buenos Aires is ook een stad die nooit slaapt. Eten, uitgaan en naar de tango luisteren kan de hele nacht door. Cafés, kiosken en winkels zijn 24 uur per dag geopend en de stadsbussen brengen je ook 's nachts precies waar je heen wil. Het lijkt wel alsof de mensen in deze stad niet naar bed gaan.

Het Avontuur kan beginnen

Een aantal maanden met de motor door Latijns-Amerika rijden is een fantastisch vooruitzicht. Nadat ik de motor opgehaald had bij BMW ben ik vertrokken richting Uruguay. Het eerste stuk rij ik over de beroemde 30.000 kilometer lange Pan-American Highway, die helemaal tot Alaska loopt. Een eind verderop neem ik de afslag richting Collon.

De weg naar Collon staat bekend voor zijn vele politiecontroles, ook ik ontsnap er niet aan. Bij elk checkpoint halen ze mij van de weg. Telkens  worden alle papieren grondig nagekeken. Gelukkig was alles in orde en mocht ik steeds verder rijden. Er valt weinig te zien onderweg, ik rij door een open dorre vlakte, en nu en dan zie ik grote boerderijen liggen.

Onderweg stop ik bij een van de weinige restaurants die ik tegen kom voor het middageten, het is lekker en goedkoop. Buiten staat een groepje vrachtwagenchauffeurs bij  de BMW. De motor trekt overal nogal snel de aan- dacht. Als ik buiten kom word ik overdonderd met vragen zoals hoeveel cilinders heeft de motor en hoeveel cc heeft hij , hoeveel kost hij ,van waar ben je en waar rij je naar toe? Als ik hen vertel dat ik van Europa kom en dat ik op weg ben naar Mexico kijken ze mij verwonderd aan. Fier zwier ik mijn been over het zadel start de motor en rij verder richting Collon. Net voor het binnenrijden van de stad vind ik een leuk hotelletje en besluit er de nacht door te brengen. Al vroeg sta ik de dag nadien aan de loketten van de grensovergang met Uruguay, alles verloopt snel en zonder problemen." Morgenstond heeft goud in de mond zegt men" en ik moet het geloven.

Het landschap lijkt veel op de Argentijnse uitgestrekte kale grasvlakten, het is redelijk vlak en nergens zijn de heuvels hoger dan 500 meter.  De wegen zijn goed geasfalteerd en er is weinig verkeer, ik schiet lekker op.

Ingeklemd tussen de grootmachten Brazilië en Argentinië is Uruguay voor Zuid-Amerikaanse begrippen klein, maar nog altijd groter dan bijvoorbeeld België of Nederland. In twee dagen rij ik naar de grens met Brazilië.

BRAZILIË

Tien minuten na het verlaten van mijn hotel ben ik nog steeds op zoek naar de grensovergang, eigenaardig... want bij mijn vertrek in het hotel vertelde de receptioniste mij dat de grens een kilometer verderop was. Bij navraag bleek ik al in Brazilië te zijn. Blijkbaar loopt de grens kriskras door de  stad, en kan je zo van het ene naar het andere land rijden. Allemaal leuk en aardig maar ik moet wel de motor uitvoeren en weer invoeren.

Antonio, wilde wel even met zijn brommer voorop rijden en mij de weg tonen naar het kantoor van de  Uruguyaanse douane. Even bij de douane binnen, stempel en klaar was Kees. Nu naar de Braziliaanse emigratiepolitie voor mijn visum, maar die zaten weer in een kantoor midden in de stad. Een kwartiertje later stapte ik ook daar weer buiten met een Braziliaans stempel in mijn paspoort. Nu mijn carnet nog bij de douane laten afstempelen en ik kan Brazilië gaan verkennen. Fout gedacht... die bleken weer in een ander gebouw een paar kilometer verderop te zitten. Gelukkig wist Antonio de weg overal.

Ah... is het om een auto in te voeren, vroeg de douanier mij...terwijl ik daar stond met mijn motorpak aan en de helm in de hand. Ik kon mijn lach nauwelijks inhouden. Neen mijnheer, voor mijn motor, de man keek me aan en glimlachte. Hij besefte nu wat voor een domme vraag hij had gesteld. Het carnet was hem wel bekend, maar hij kon het blijkbaar niet invullen. De collega's werden erbij geroepen en de slimste wist mij te vertellen dat ik niet hier moest zijn maar... in een ander gebouw 5 km verderop.

Achter een gesloten parking stonden tientallen vrachtwagens geparkeerd. Dit leek me al meer op de plaats waar ik moest zijn. Mijn duur Carnet de Passage is volgens de douane niet nodig maar ik krijg hier wel een Temporary Import Document voor de motor. Een uurtje later ben ik klaar, neem afscheid van Antonio ,geef hem een goede fooi voor bewezen diensten en ben weg.

Bij het eerste benzinestation dat ik tegen kom gooi ik de tank vol met ouderwetse loodhoudende super benzine, en dit naar de zin van mijn motor. De BMW bromt tevreden over de Braziliaanse wegen. De volgende 250 Km  gaan door eindeloze pampa's met grazende koeien en schapen, afgewisseld met grote meren waar ik ganzen en ooievaars zie. Vanaf Santa Maria verandert het landschap voordurend, en is het leuk motorrijden.

De heldere lucht gaat over in een donkere dreigende lucht. Niet veel later begint het te regenen, even denk ik eraan om te gaan schuilen maar  het begint steeds harder te regenen. Ik rij door tot bij het eerste en beste motel dat ik tegen kom en ga er overnachten. Als s' morgens de wekker afloopt ben ik al wakker door het gekletter van de regen tegen het raam. Het is koud en de dikke deken waaronder ik lig is geen overbodige luxe. Eigenlijk wil ik nog even in mijn warm bed blijven liggen. Even later spring ik toch uit bed, kleed me gauw aan, gooi wat water in mijn gezicht en verlaat het hotel.

De weg naar Curitiba wordt druk bereden door vrachtwagens, ik moet ze voorturend inhalen, maar ze rijden zo dicht achter elkaar dat inhalen heel gevaarlijk wordt.

De zware regenval maakt het er allemaal niet gemakkelijker op, ook de putten in de weg zijn moeilijk te ontwijken vaak zie ik ze niet doordat ze vol water zijn gelopen en nu en dan rij ik door een diep gat, gelukkig vangt de uitstekende vering van de motor de klappen probleemloos op. In Curitiba kan ik overnachten bij de broer van Marcos.

Rond de middag neem  ik afscheid en vervolg mijn weg . Een stukje ten  noorden van Curitiba ligt Castrolanda. Bij het binnenrijden van het dorpje rij ik onder een poort door waarop een molen staat getekend. Op de naamborden van de boerderijen die ik tegen kom staan Hollandse namen zoals Gerrit van Arragon. Een eind verderop zie ik een grote windmolen en rij er naar toe, het is raar om zo ineens in een stukje Holland te zitten.

Na een kort bezoek rij ik verder naar Londrina. In Londrina  ga ik samen met mijn vrouw Rita en Marcos die overgevlogen zijn vanuit België ons project bezoeken.(zie http://www.carloafricatour.be/)

Daarna rij ik met mijn vrouw verder naar Foz do Iguaçu.
Op het drielandenpunt met Brazilië, Argentinië en Paraguay liggen de Iguaçu-watervallen.  Over een breedte van 3 km storten 275 watervallen over een 80m hoge klif de diepte in; het zijn de breedste watervallen ter wereld. Het is ongelooflijk groot en indrukwekkend, na elke bocht komen er weer nieuwe watervallen tevoorschijn. Dit zijn van die plaatsen waar je foto's blijft maken. Rondom dit prachtige natuurgeweld ligt het uitgestrekte nationale park Iguazú. Tijdens een wandeling door dit tropische regenwoud kun je verschillende soorten tropische vlinders en fel gekleurde vogels zien.

         

Paraguay & Chili

PARAGUAY


Paraguay staat bij de buurlanden bekend als onverbeterlijk corrupt.
Aan de grensbrug Ponte de Amizade ofwel de Vriendschapsbrug is het verschrikkelijk druk. Vrachtwagens, bussen, auto's, motoren, het was een grote lange colonne op weg naar Ciudad del Este. Motortaxi's met groene hesjes vervoerden passagiers met hun bagage achter op hun motor Een groot aantal lokale bewoners stak de brug over met hun vracht op de rug en in de hand. Van tijd tot tijd stond het verkeer even stil en dat gaf me de  gelegenheid om wat foto's te maken. Vanaf de grens was het slechts enkele honderden meters naar Ciudad del Este. Ik ging op zoek naar het douanekantoor voor een stempel in mijn paspoort. Ik had het kantoor vlak achter de grens verwacht, net als bij de Brazilianen, maar een vriendelijke grensbewoonster legde mij geduldig uit waar ik het kon vinden. Een honderd meter verderop was het kantoor. Ik liep naar de balie en toonde mijn paspoort. De douanier vroeg waar ik vandaan kwam en wat ik in Paraguay wilde doen. Ik gaf hem mijn antwoorden en hij begon met het invullen van mijn papieren. Nog een stempel in mijn paspoort en ik was Paraguay binnen. Cuidad del Este staat bekend als de meest criminele stad in het meest corrupte land ter wereld. Overal staan kraampjes met de meest uiteenlopende handelswaar, het is een lelijke grauwe stad. Cuidad heeft voor mij niets te bieden.


Ik verlaat de stad dan ook vrij snel. Mijn reisdoel is het 400 km verder gelegen Asuncion. Ik rij ik over een tamelijk drukke weg, die soms verraderlijk glad bleek te zijn door de recente regenbuien van de voorbije dagen.
Asuncion ligt aan de oever van de Río Paraguay,  het is de hoofdstad en tevens grootste stad van het land. Het plein van de Constitutie en het pastelkleurige presidentiële paleis, een kopie van het Louvre in Parijs, zijn de belangrijkste bezienswaardigheden. Er heerst een dorps karakter, geregeld zie je ossenkarren door de stad rijden die regelmatig het verkeer vastzetten. Verder zijn er nog enkele mooie parken en een paar gezellige pleintjes. Na één dag heb ik het wel gezien en rij verder naar Trinidad in het zuiden van het land.

Aan de grens met Argentinië, liggen prachtig bewaarde ruïnes van wat eens Jezuïtische missieposten waren.

Voor de tweede keer  deze reis steek ik de grens over naar Argentinië. De grensovergang bij Paysandu verloopt soepeltjes.
Het is nog donker als ik in Corientes vertrek, ik heb immers een grote afstand af te leggen.  Na een uurtje komt de zon op en alles ziet er naar uit dat het een prachtige dag gaat worden. Ik rij door de Chaco. De Chaco is een oneindige vlakte die wordt bewoond door indiaanse volkeren. Er loopt maar één verharde weg naar Salta ook wel de Ruta Trans-Chaco genoemd. De verleiding om het gashendel gans open te draaien is groot, maar met mijn val op mijn vorige reis in Egypte in het achterhoofd doe ik het rustig aan. Het landschap is dor en droog, de boeren hebben net hun oogst binnen gehaald waardoor het er allemaal nog grootser uit ziet. Het is moeilijk om geconcentreerd te blijven, de overstekende dieren maken er mij op attent dat ik dit best toch doe.

Tegen het eind van de middag bereik ik het sfeervolle plaatsje Salta. Het stadje ligt helemaal in het noorden van Argentinië verscholen tussen de bergen van de Andes

Na twee dagen verplichte rust (reizigers diaree) vertrek ik richting Chili .

CHILI


Chili, weer een nieuw land om te ontdekken en reeds het vijfde land dat ik tijdens mijn reis bezoek!
Voor het eerst deze reis kom ik in het hooggebergte terecht. 

Het plotse hoogteverschil snijdt me de adem af. Op enkele uren tijd ben ik gestegen van zee niveau naar 4000 meter. De hoge, koude bergpas tussen Argentinie en Chili laat schitterend gekleurde, kale, grillig gevormde rotsformaties zien : er is hier  amper een levend wezen te bespeuren. Al uren rij ik over een zeer slechte piste, met bagage valt het berijden van deze stukken niet altijd mee. Het kost me heel wat inspanning. Langs de weg beginnen zich kleine hoopjes met sneeuw te vormen. Vlak voor de bergpas is alles bedekt met een laagje sneeuw en ziet alles om me heen wit.

Ik heb me vergist in deze bergpas. Als ik bij de grens kom is het al bijna donker en de volgende stad is nog meer dan 200 km verwijderd. De douanier stelt voor om hier te blijven overnachten want het is te gevaarlijk om in het donker verder te rijden. Dit aanbod grijp ik met beide handen aan en mag in een eenvoudige barak naast het douanegebouw overnachten. Ik zit op een hoogte van meer dan 4000 meter en het is hier ijs en ijskoud. Er is geen stroom of verwarming. Ik verlicht de ruimte met een kaars en probeer wat te lezen maar het is te koud en kruip  snel helemaal in de slaapzak, blaas de kaars uit en probeer te slapen. Als ik s' morgens wakker word staat het ijs aan de binnenkant van de ramen.

Rond de middag kom ik toe in San Pedro de Atacama.

Het is een dorp gelegen in de droogste woestijn ter wereld, namelijk de Atacama woestijn. Ik rij door het dorpje en bekijk de mogelijkheden voor de nacht. In het dorpje zelf is, naast een museum gesticht door een Belgische priester, niet zoveel te zien.  Maar San Pedro vormt wel de uitvalsbasis voor trips naar nabijgelegen natuurfenomenen. Zo bracht ik onder andere een bezoek aan de Valle de la Luna, wat een fantastische zonsondergang in de "Vallei van de maan"  is.De droge rotswoestijn en vulkanen krijgen hier 's avonds alle kleuren rood en oranje die er zijn.




BOLIVIË

In San Pedro de Atacame worden alle papieren in orde gemaakt om Chili te kunnen verlaten. De grens met Bolivië ligt 70 km verder midden in de woestijn, ver afgelegen van alles.

Hier kreeg ik een visum voor 30 dagen en moest ook voor een eerste keer betalen om een Latijns - Amerikaans land binnen te komen. De carnet van de motor werd in Apacheta, 85 km verderop afgestempeld. Het dorpje ligt op een hoogte van 5020 meter. Het was vechten om voldoende zuurstof te happen. Ik begon me af te vragen wat ik hier zat te doen.

Op de chef van de douane wachten natuurlijk, mijnheer was blijkbaar zijn middagdutje aan het doen en wilde niet worden gestoord.
De eerste 2 dagen spendeerde ik in de Boliviaanse "altiplano", al rijdend van het ene prachtige natuurfenomeen naar het andere. Bij de blikvangers waren ondermeer de arbol de piedra  , het blauw-groene Laguna Verde met op de achtergrond de 5960 mt hoge vulkaan Lincancabur, en het bloedrode Laguna
Colorada, dat de woonplaats vormt voor duizenden flamingo´s .

De eerste nacht slaap ik in een dorp van nog geen 20 huizen. Binnen 1 minuut staan alle buurtkinderen rondom de BMW.
Ondanks dat hier dagelijks jeeps voorbijkomen blijft het schijnbaar een geweldig gebeuren. Na 3 dagen hard zwoegen over zeer zware piste's bereik ik vanuit San Pedro de Atacama, het hoogtepunt van de rit : de Salar de Uyuni
Deze zoutvlakte is 12 000 km2 groot, ongeveer 1/3 van België dus. Te midden van deze vlakte staan, met rondom alleen maar een oogverblindende witte zee van zout, is echt een heel speciale ervaring.

Om 6 uur word ik wakker door het lawaai van blaffende honden die heel de buurt op stelten zetten. Na de douche begin ik alles in te pakken en ga dan op zoek naar een benzinestation. De BMW was al niet meer volgetankt van in San Pedro de Atacama en had nood aan benzine. Alle drie de benzinestations in Uyuni stonden droog, er was enkel diesel te krijgen. De dag nadien kon er weer gasoline worden getankt. Daar kon ik natuurlijk niet op wachten , en ging op zoek naar het begeerde goedje. Na wat rond gevraagd te hebben mocht ik ergens uit een oude stroomgenerator  8 liter benzine uitzuigen, met de 2 reserve kannetjes die ik nog bij me had was dat voldoende om tot in Potosi te geraken.
De slingerende bergweggetjes worden afgewisseld met rechte stukken gravel of een wasbord-piste. Ik heb 5 uur nodig om de 200 km tussen Uyuni en Potosi af te leggen . Het was een vrij vermoeiende rit. Mijn jas, helm en bril zijn zwaar bestoft als ik toe kom. Eenmaal in mijn hotel neem ik vlug een douche en ga de stad nog verkennen. Ik loop door een drukke straat met allemaal winkeltjes en kom uit bij een pleintje,  links daarvan zie ik een steegje met allemaal kleine kapperszaakjes waar krap twee stoelen in passen. Ik ben al een tijdje van plan om mijn haar te laten knippen, en hier lijkt het me de ideale plaats. Ik neem plaats naast een man die ook geknipt wordt en spreek een prijs af met de kapper. Vanaf een poster aan de muur met allemaal modellen kies ik een lekker kort. De man pakt zijn tondeuse en de klus wordt vakkundig geklaard. Daarna ga ik in een locaal restaurant eten en kruip mijn bed in. Om zeven uur gaat het alarm van m'n horloge. Het duurt even voordat ik door heb wat ik ook weer ging doen. Enige seconden later herinner ik mij dat er een bezoek aan de zilvermijnen op het programma staat. Potosi gelegen op een hoogte van 4070 m, was in de 16de eeuw de rijkste stad van de Amerika´s . De reden daarvoor was de Cerro Rico, een heuvel vol met zilver gelegen naast Potosí. Niemand weet precies hoeveel zilver er uit deze Cerro Rico is gehaald. Wat wel zeker is, is dat de Cerro Rico vandaag niet meer zo rijk is aan zilver, en dat van de rijkdom in Potosí, met uitzondering van de vele kerken en koloniale gebouwen, niet veel meer overblijft.
Vandaag de dag werken er toch nog steeds 16 000 mannen en jongens in de mijnen van Potosí,  De werkomstandigheden behoren echter tot de zwaarste ter wereld : al het werk wordt manueel gedaan tijdens non-stop 8 uur durende shifts, veiligheidsmaatregelen zijn onbestaande, de temperatuur kan er oplopen tot meer dan 45 graden C. De levensverwachting van de mijnwerkers is, door de voortdurende blootstelling aan stof en andere giftige stoffen, niet hoger dan 40-45 jaar.
Ik had de gelegenheid om een van de mijnen te bezoeken met een ex-mijnwerker als gids, toch wel een ervaring om stil van te worden.

  

Sucre

Sucre is de eerste grote stad die ik na meer dan een week tegen kom. De huizen aan de rand van de stad zijn mooi en groot, sommigen hebben zelfs een zwembad. De stad zelf ziet er proper uit, het hotel dat ik heb uitgekozen ziet er geweldig uit, een grote tuin vol met planten waar de motor veilig kan staan. De kamer zelf ziet er op het eerste zicht ook heel aardig uit. Pas als ik ingecheckt heb en op de kamer ben beginnen er negatieve punten op te vallen. Blijkt de warmwaterkraan alleen te druppelen en het bed is volledig doorgezakt. De volgende morgen is het ontbijt ook een grote teleurstelling. De stad zelf is best aardig er zijn een paar interessante musea en enkele mooie kloosters te bezoeken.

DE WERELD IS KLEIN


In Sucre krijg ik een mail van Dirk, een landgenoot die met zijn Honda Dominator op weg is naar Lima ( Peru ). Dirk had in Potosi per toeval met een Nederlander staan babbelen en die vertelde dat hij  enkele dagen geleden een Belg op een BMW motor had gezien. Dirk dacht meteen aan mij, hij had in België op mijn website gelezen dat wij in dezelfde periode in Bolivië zouden zijn. Dirk had mij graag ontmoet. Ik mailde het adres van het hotel door waar ik verbleef en wachtte op zijn komst. Het klikte meteen tussen ons en we besloten om een tijdje samen te reizen.

LA PAZ

Tegen de avond bereiken we de hoogste hoofdstad ter wereld La Paz. De eerste indruk die we van La Paz krijgen is: rommelig en erg druk.  De prijzen liggen veel hoger als in de andere plaatsen waar we tot nu toe geweest zijn. We  vinden een hotel waar we de motors veilig kunnen parkeren op een binnenkoer. Na de douche gaan we de stad in om wat te eten. Ik had al het een en het ander gelezen over "DE HEKSENMARKT", we zitten er vlakbij dus niets kan ons weerhouden. Wat een tegenvaller, het is een piepklein straatje met wat kraampjes. Er liggen wat uitgedroogde foetussen van lama's, vogels en nog wat poeders en pillen. Als je de verkeerde kant op kijkt ben je er al voorbij gelopen. Alle straten hier staan vol met kraampjes met eten, kleding, souvenirs.

DE DODENWEG

Elke avonturier weet dat er nabij de Boliviaanse hoofdstad een bergpas van 4700 m ligt met de naam LA CUMBRE. Vandaar daalt een beruchte weg naar Coroico in de jungle tot 1300 m. Hij heeft de slechte reputatie de gevaarlijkste weg ter wereld te zijn en is de droom van velen om deze extreme downhill te kunnen beleven. Maar iedereen die deze droom wil verwezenlijken, wacht een zware opdracht. De meesten doen het op een  gehuurde full-suspension mountain-bike en storten zich naar beneden. Dirk en ik waagden het erop om het met onze eigen motoren te doen. Van het hooggebergte door het wolkendek naar het oerwoud. Met m'n neus op de feiten besef ik dat een slippartijtje ons al fataal kan zijn. De talloze kruisen langs de weg  maken me er niet geruster op.  Eén van de kruisjes waar ik bij stop is van een zekere Laura Mamami,die op 3 augustus 2003 over de rand is gegaan ( slik). Het laatste ongeval gebeurde  op 28 April van dit jaar waarbij 8 mensen het leven verloren. Na 70 Km extreem afdalen belandden we in de tropen, bevend van de adrenaline en genietend van al die  natuurpracht bereiken we Coroico. Coroico lijkt te mooi om waar te zijn, het is een plaats waar de jungle van Bolivië begint. Vanuit ons hotel hebben we  een mooi uitzicht op de tegenoverliggende bergen. Je ziet de oude  weg waarlangs we gekomen zijn en de nieuwe die we zullen nemen om terug te rijden. 


Genoeg avontuur in Bolivië, op naar Peru. Vanuit Coroico ging het in één ruk naar Copacabana. In dit gezellig toeristenoordje aan het Titicacameer verblijven we nog een dag om het Zonneneiland te bezoeken. Daarna vertrekken we naar Puno. We passeerden de Boliviaanse grens zonder al te veel gerommel. De hele voormiddag hebben we uitzicht over het gigantische Titicacameer. De schitterende Cordillera Real lag op de achtergrond te pronken. Met pijn in het hart neem ik afscheid van Bolivië en van Dirk.


Peru

PERU

Peru bezocht ik al eens eerder. Peru, het land waar ik twee jaar geleden  uren in bussen heb doorgebracht, terwijl ik droomde om over deze wegen met mijn motor te kunnen rondrijden. Nu is het zover,het geeft me een vreemd gevoel over de wegen de rijden die ik al een beetje kende. Puno is de eerste stad die ik voor de tweede keer zie. Het is een stad  aan de oevers van het Titicacameer. Net als het meer ligt de stad op ongeveer 3800 meter hoogte waardoor het er flink koud is. Puno wordt nogal eens beschreven als een beetje een saaie stad maar dat beeld wordt tijdens een bezoek aan de stad niet bevestigd. Vooral s ‘avonds is er veel te beleven op straat. In Puno wacht ik op de komst van drie vrienden. Zij hebben hun BMW motoren laten overvliegen naar Lima en komen mij een bezoek brengen. Het weerzien met hen is leuk, straffe verhalen over het invoeren van de motors in Peru worden bovengehaald, het werd een gezellig avondje met de hele bende.

HET TITICACA MEER. 

De volgende morgen staat er een bezoek aan het Titicaca meer op het programma. Dit meer is op ca 3800 m het hoogst bevaarbare meer ter wereld. Wij gaan met een boottour over het lago Titicaca naar de drijvende rieten eilanden. Na een uurtje varen door allerlei kanaaltjes komen we aan bij de Floating Islands van de Uros. We krijgen er een uitleg over de eilanden en hoe de constructie in elkaar steekt. Het zijn een soort van compostachtige houtblokken met daaroverheen kruislings gevlochten rieten stengels die ze dan weer aan de blokken knopen. Van onder vergaan ze en aan de bovenkant worden er steeds maar weer nieuwe rieten stengels aangebracht. Het is werkelijk heel apart dat  de Uros vroeger op deze eilanden woonden, tegenwoordig verblijven zij daar voornamelijk voor de toeristen.

MACHU PICCHU

Vanuit Puno rijden we over de Altiplano naar Cusco. Er is weinig verkeer en binnen een paar uur hebben we al een groot deel van de af te leggen kms achter de rug. Na het middageten doen we het rustiger aan, we stoppen regelmatig om koffie te drinken en om wat foto's te maken.

Bij aankomst in het oude centrum van Cusco worden we aangesproken door een  man, hij stelt zich voor als de eigenaar van Norton Rat's, een voor motorreizigers bekende bikersbar aan de Plaza. We worden uitgenodigd om iet te komen drinken in zijn café. Daarna gaan we op zoek naar ons hotel dat even buiten het centrum van Cusco ligt.

Naar Peru gaan en Machu Picchu niet gezien hebben is net zoiets als naar Egypte gaan zonder de piramides te bezoeken. Dat de verloren stad Machu Picchu  de bekendste toeristische attractie is, is niet verwonderlijk. Deze mysterieuze Inca-citadel ligt op een hoog plateau omgeven door steile kloven en hoge bergtoppen. De ruïnes op zich zijn al erg mooi; de combinatie met de spectaculaire ligging is magisch.

Met een stapel herinneringen in ons hoofd rijden we de volgende twee dagen dwars door de Andes naar de kust. We rijden over een bergpas van 4.700 mt, net zo hoog als de Mont Blanc, de hoogste berg van Europa, wat we goed kunnen merken. Met de minste inspanning zijn we buiten adem, zowel de motoren als de berijders hebben het moeilijk door een te kort aan zuurstof. Over de perfecte asfaltweg en de vele bochten hadden we niet te klagen. Om de volgende 500 km naar Lima te overbruggen, maken we gebruik van de "Panamerican Highway Road  die langs de rand van de woestijn de kustlijn volgt.

We moeten op deze lange rechte stukken goed op de snelheid letten, er staat hier veel politie langs de weg en die weten zich goed te verstoppen. Net voor Ancon worden we dan toch langs de kant gehaald. Leo en ik hadden volgens de politieman te snel gereden. Marc en Jos die vlak achter ons aan reden niet.  Na wat te hebben gediscuteerd vroeg ik of ik de foto's waarop te zien was hoe hard  we gereden hadden konden zien maar dat kon niet volgens de agent. Ondertussen belde hij onze namen en nummerplaten door en mochten even later verder rijden zonder dat we een boete moesten betalen. Bedankt mijnheer de agent.

EEN BEETJE BELGIË IN PERU

In Ancon een stadje 50 km ten Noorden van Lima is het of ik weer even in België ben. We verblijven er enkele dagen bij Kris Nijs die ik  negen jaar geleden leerde kennen in Iran toen ik met de motor op weg was naar India. Kris was net begonnen aan zijn wereldreis die vier jaar zou duren. Wij reisden een tijdje samen door Iran en Pakistan en sindsdien zijn we vrienden voor het leven geworden. Twee jaar geleden werd ik in Peru uitgenodigd op de bruiloft van Kris en zijn Peruaanse vrouw Raquele die hij had leren kennen tijden zijn reis. Sindsdien woont Kris in Ancon.


In de garage van Kris kan ik de BMW een groot onderhoud geven. Ik had nieuwe banden filters en olie laten overkomen vanuit België. Met hulp van mijn vrienden werd de motor klaar gemaakt voor het tweede deel van mijn reis. 


Voor Jos en Leo zit de vakantie er op, zij vliegen weer terug naar de heimat. Marc wordt de volgende twee maanden mijn reismaatje, hij vergezelt me tot in Mexico.

OP WEG NAAR ECUADOR


Het kustgebied tussen Lima en Trujillo bestaat grotendeels uit kurkdroge woestijn. De stadjes langs dit deel van de kust zijn voor het grootste deel vissersdorpen. Veel stranden langs dit deel van de kust zijn vervuild door de visserij-industrie en er valt weinig te beleven. We waren snel uitgekeken op het woestijnlandschap en besloten het over een andere boeg te gooien. Ter hoogte van Barranca slaan we rechts af en rijden via Huaraz naar Trujillo.
De weg gaat de hoogte in weg van de hitte. De stad Huaraz ligt op 3.090 meter hoogte midden tussen de spectaculaire bergtoppen van de Cordillera Blanca. Meer dan vijftig wit besneeuwde pieken bepalen het landschap. In de Cordillera Blanca vind je de hoogste berg van Peru, de Huascaran (6.768 meter hoog). Het is het mekka voor bergbeklimmers en voor iedereen die van een uitdagende wandeltocht houdt.

We besluiten om langs de Cañon del Pato terug naar de kust te rijden. Het kostte ons 10 uur om door deze ruwe ravijn de kust te bereiken. Het was geweldig om te kunnen rondcrossen over de zwarte bergen


en om dan zoveel mogelijk van de witte bergen te kunnen zien. Het zicht op Cordillera Blanca was adembenemend. Net voor de schemer begint te vallen bereiken we weer het asfalt. Ik kijk
nog een laatste keer achterom en krijg een zonsondergang met een ontroerende kleurenpracht cadeau.

Ten noorden van Chiclayo wordt de kuststrook erg breed. Dit is de Sechura woestijn. Ongeveer 450 kilometer van Chiclayo ligt Mancora. Het strandstadje Mancora (dicht bij de grens met Ecuador) vinden we de ideale plek om een dagje te relaxen en het stof van de voorbije dagen van ons af te spoelen. 

ECUADOR.


De Ecuadoraanse  grensovergang heeft de reputatie ingewikkeld te zijn qua formaliteiten. Het komt er op aan om geconcentreerd te zijn en me niet op te winden. Terwijl ik de motor parkeer word ik aangesproken door een jonge man die me voor een paar dollar wil helpen de formaliteiten af te handelen. Ik  maak hem duidelijk dat ik zelf alles regel, uit ervaring weet ik dat je beter je papieren niet aan een vreemde toevertrouwt. De grens maakt een wanordelijke indruk. Marc houdt buiten de wacht bij de motors ondertussen maak ik onze papieren in orde.



Ter hoogte van het plaatsje Quevedo zeggen we de Panamericana  vaarwel, de heimwee naar de bergen werd te groot. Wederom zien we schitterende vergezichten.

De kracht van de natuur is immens,  ik voel me erg klein tussen al die geweldige bergen. Op ongeveer 3500 meter verandert het groene landschap in een grijs gesteente. Met het grijze gesteente verdwijnen de koeien en komen de lama's. Mooie, statige beesten. Lama's zijn hooghartige dieren - zodra je stopt om ze beter te bekijken of te fotograferen draaien ze je de kont toe  zodat je ze niet kan fotograferen. We laten het niet aan ons hart komen. Rond de middag hebben we het eerste deel gehad en deze redelijk goede gravelweg weg brengt ons bijna tot in Latacunga. Er zit nog een 30 kilometer gravel tussen maar dit overleven we wel. In een klein restaurantje  eten we een bord kip met rijst. Vanaf Latuacunga liggen de volgende 150 kilometer voor ons. Na de pistes  van de voorbije uren zouden we haast vergeten dat er ook wegen van een dusdanig goede kwaliteit zijn dat we maar 90 min  nodig hebben om in de hoofdstad Quito te geraken.

In Quito wacht ons een van de moeilijkste hindernissen van onze reis. Er is namelijk geen doorgang van Equador naar Panama, ook niet van Colombia naar Panama. Dus moeten we er voor zorgen dat de motors in Panama geraken, en  moeten we op zoek gaan naar een ferrymaatschappij of een luchtvaartmaatschappij  die onze motoren naar Panama brengt, en dat blijkt niet zo eenvoudig te zijn. De kans dat we hier voor een langere tijd moet blijven is groot. Agenten en rederijen geven tegenstrijdige informatie. Niemand lijkt goed te weten wat de  concurrentie doet.

HET MIDDEN VAN DE AARDE


Ecuador is een land dat vernoemd is naar een geografische eenheid, de evenaar. Hoewel een van de kleinste landen van Zuid-Amerika, heeft het de bezoeker bijzonder veel te bieden. We zullen ons niet vervelen terwijl we moeten wachten op onze vlucht naar Panama.
Net buiten Quito ligt El Mitad del Mundo ( het midden van de aarde ) Dit is een monument op de evenaar. Tenminste, men dacht dat ze het gebouwd hadden op de evenaar. Nu blijkt, na meting met de moderne GPS, de evenaar
ongeveer honderd meter verderop te liggen.



De onverharde weg die we nemen richting Otavalo  ligt vol met fijn zand en of  grind ,het vergde wel enige "ervaring" en "stuurmanskunst" om de motor recht te houden. De weg mag dan niet veel bijzonders zijn, de omgeving is adembenemend mooi. In de verte zien we de met sneeuwbedekte vulkaan Mama Cotacachi. Wat een prachtige wereld, ongelooflijk! mooi. Even voor Otavalo had de onverharde weg plaatsgemaakt voor een ruwe keienweg.

Otavalo is vooral bekend om zijn souvenir- en dierenmarkt waar indianen uit de wijde omgeving hun waar aanbieden.


In de omgeving zijn er echter ook veel andere bezienswaardigheden die de moeite waard zijn zoals het leerdorpje Cotacachi, met 1 hoofdstraat vol leerwinkeltjes die kleding, tassen, portemonnees etc verkopen. Cuicocha, een oud kratermeer is ook de moeite, bij dit meer kun je een schitterende boottocht maken. De watervallen van Peguche zijn te bereiken via een korte wandeling door het  eucalyptusbos.
Vanuit Otavalo rijden we weer Zuidwaarts naar Baños, omdat we horen zeggen hebben dat het een mooi en rustig dorpje is waar je verschillende avontuurlijke activiteiten kan doen. Na het inchecken in ons hotel gaan we meteen op verkenning. We besluiten om ons actief te zullen bezig houden tijdens ons kort verblijf in  Baños. We maken een stevige wandeling naar de Pailón del Diablo waterval, de wandeling ernaar toe is op zich al spectaculair. Eenmaal onderin het dal komen wij  bij een restaurantje,waar we een koffie drinken. Naast het restaurant is er nog een spectaculaire hangbrug, via een steil pad naar boven hebben we een prachtig zicht op de grote waterval.  De afdaling die we deden met een mountainbike langs een rivier met al hun watervallen was uniek, we zagen meer dan 10 watervallen tijdens onze afdaling. Maar het hoogtepunt van ons avontuur was de rafting. In een busje met de boot op het dak rijden we Baños uit. We volgen een half uur de weg bergop naar een plaats waar de boot te water gelaten kan worden.

Voor we het water op mogen wordt eerst uitgelegd hoe raften werkt. Op commando van de stuurman (de gids) moeten we of roeien of juist niet. Ook wordt uitgelegd hoe je iemand die eruit valt weer binnenboord haalt. Het is belangrijk dat je een ervaren en betrouwbare gids meeneemt want raften kan gevaarlijk zijn.
Eindelijk gaan we het water op. Direct komen we al stroomversnellingen tegen, het is erg spectaculair om je door stroomversnellingen te worstelen. Vooral in en vlak na het regenseizoen is het raften erg hevig.

 

Onze stuurman geeft goede aanwijzingingen, maar onze fysieke gesteldheid wordt goed op de proef gesteld. Na ongeveer twee uur zijn we op de plaats waar de bus staat. De boot wordt door ons weer opgeladen. Vermoeid maar voldaan rijden we terug naar  Baños. De dag nadien zitten we al om 6 uur s' morgens op de motor richting Quito.

EINDELIJK NAAR PANAMA.

Om precies 10 uur, het afgesproken uur, melden wij ons weer bij Ecuador Cargo. De agent die negen dagen geleden alles voor ons regelde zodat de motors kunnen worden overgevlogen naar Panama. We rijden samen met iemand van Ecuador Cargo naar de luchthaven ,eerst passeren we de douane , onze motoren worden in een loods geplaatst. Even later komt een hele delegatie van de douane alles controleren en onze papieren afstempelen. Nadat we ieder 30 dollar hadden betaald voor de douane, en nog eens 85 dollar om dat de motors een half uur in de loods hebben gestaan,rijden we naar de loods van Copa Airlines waar de motoren op speciale paletten worden gezet. Alles is ingepakt en even later komen ze ons vertellen dat het vliegtuig in panne staat en dat de vlucht gecanceld is. Copa Airlines kan ons niet onmiddellijk vertellen wanneer het vliegtuig wel kan vertrekken. Weeral worden er tegenstellingen  berichten rondgestuurd. Bij onze agent Ecuador Carga wordt ons verteld dat het vliegtuig niet vertrekt omdat Copa Airlines niet genoeg vracht heeft, en dat waarschijnlijk het vliegtuig pas volgende week donderdag vertrekt(er is maar 1 vlucht per week naar Panama bij Copa) Dit zou beteken dat we weer een week moeten wachten en dat kan natuurlijk niet. We worden weer van het bekende kastje naar de muur gestuurd heel de dag lopen we op en neer tussen onze agent en Copa Airlines, ze proberen ons aan het lijntje te houden. Om 17 uur staan we nog even ver. We besluiten om alsnog een andere vliegmaatschappij in te schakelen, want de tickets voor onze vlucht naar Panama hadden we een week geleden ook al geboekt en deze konden wij nu niet meer annuleren. Als we geen andere maatschappij vinden zijn wij ons tickets kwijt. Nancy van Ecuador Cargo begint rond te bellen om een vliegmaatschappij te vinden die onze motors alsnog kan versturen.

  
Het zijn enkel een soort DHL maatschappijen die onze motoren nog kunnen en willen versturen. Maar we vallen achterover als we de prijzen horen. We moeten meer dan het dubbele betalen als bij Copa Airlines. Als ik dit hoor wordt het me allemaal te veel en ik barst in woede uit. Ik eiste van Ecuador Cargo dat we onmiddellijk onze motors terug zouden ophalen in de luchthaven, zodat wij konden vertrekken naar Colombia waar we de boot konden nemen naar Panama. Nancy wordt lijkbleek als ze mijn uitspraken hoort. Ze verteld ons dat we dit niet kunnen doen, zij was immers ook al dagen bezig om alles te regelen en dit moest zij ook kunnen verantwoorden aan haar bazen. Ik vertelde haar dat ik dit allemaal wel begreep maar het was ook niet onze schuld dat we hier na een week nog stonden. Ze beloofde ons om een betaalbare oplossing te zoeken. Om 20 uur kregen we een prijs te horen waarmee we konden leven. Nog wel bijna 500 dollar duurder als we eerder bij Copa moesten betalen ,maar we hadden geen keus. Om 22 uur stonden onze motoren weer op andere paletten en waren klaar om nog de zelfde avond te worden verstuurd naar Panama.

PANAMA

Na ruim een week vertraging staan we dan toch in de luchthaven van Panama. We gaan meteen informeren of onze motors al zijn toegekomen. LEC koerier waar we ons moeten melden kent niemand. Na lang zoeken hebben we LEC koerier gevonden het blijkt een zusterbedrijf bedrijfje te zijn van UPS. Enfin. "De motors komen zondag pas toe" vertelt Boris ons de enige die een beetje Engels spreekt. Oké geen probleem, we komen zondag terug. Nu hebben we enkele dagen vrij om Panama city te bezoeken. We laten ons door een taxichauffeur bij Hostal Voyager afzetten. Door andere reizigers is dat hotel ons aangeraden, natuurlijk probeert ook deze chauffeur ons weer onder te brengen bij een hotel van zijn broer of neef, voor de provisie die hij dan kan opstrijken. Maar gehard door de ervaring van het vele reizen komen we toch bij de plek van onze keuze aan. Het hostal blijkt een tegenvaller te zijn, het is er binnen bloedheet, de kamers zien er vuil en smerig uit ondanks dat, besluiten we toch maar te blijven. Het is immers maar voor enkele dagen. Het is goedkoop en we zitten in een gezellige buurt waar veel terrasjes en restaurantjes zijn. Nadat we gedoucht hebben maken we nog een korte wandeling over de Via Argentina. De volgende dag trekken we erop uit om Panama stad te ontdekken.

We lopen weer over de via Argentina in de richting van de oude stad. Hoe dichter wij bij de oude stad komen zien we dat sommige zijstraten er vervallen en verlaten uitzien. Ondanks de zichtbare armoede is deze wijk vanwege de speciale bouwstijl en ouderwets aanvoelende sfeer zeer aantrekkelijk. We komen opvallend genoeg weinig toeristen tegen. Later horen we dat toeristen meestal de oude stad met een georganiseerde tour bezoeken en de bus niet verlaten. Het zou niet veilig zijn. Wij hebben er geen spijt van omdat we te voet kennis gemaakt hebben met San Felipe, zoals dit deel van de stad wordt genoemd.

 

Je kunt natuurlijk niet in Panama geweest zijn zonder het Panamakanaal te bezoeken. Op het Panamakanaal heb ik me echt verheugd, we zorgen zelf voor transport naar de sluizen van Miraflores. Een beter alternatief dan de georganiseerde trip via een touroperator. Zij vragen ongeveer 40 tot 60 dollar.  Bij aankomst liggen er twee schepen klaar om versast te worden. We klimmen op de tribune voor een beter zicht op het kanaal.  Het container schip dat klaar ligt is een van de grootst mogelijke schepen dat door het kanaal kan varen. In de praktijk betekent dit dat aan beide kanten ongeveer tien centimeter ruimte over is tussen het schip en de wal. Het is een indrukwekkend gezicht om deze enorme schepen door het Panamakanaal te zien varen. Ondertussen wordt in het Spaans en Engels een toelichting gegeven over de handelingen die tijdens een doortocht worden verricht. Nadat alle sluizen zijn gepasseerd komen de schepen op een groot binnenmeer. Daarna moeten ze nog een aantal sluizen passeren, voordat ze

aan de andere kant van Amerika uitkomen. De gemiddelde prijs voor een doortocht is ongeveer 80000 dollar. Het gewicht van het schip bepaalt de prijs. Het record staat op naam van een Noors cruiseschip waarvan de kapitein 313.000 dollar moest betalen in oktober 2007.  Dat lijkt misschien erg duur maar om helemaal om Zuid-Amerika heen te varen is qua brandstof en tijd nog duurder. Voor de meeste vracht- en passagiersschepen is het daarom goedkoper om het Panama kanaal te gebruiken.

Op zondag staan we al vroeg op de cargo terminal om onze motors op te halen. Boris is niet te bereiken en de rest van het personeel weet van niets, ze kijken ons aan of ze het in Keulen horen donderen. Na lang wachten komt er dan toch iemand vertellen dat de motors nog in Bogota (Colombia ) staan en dat ze pas woensdag toekomen. Hierdoor wordt ons programma  nogal in de war gegooid, maar goed er is niets aan te doen . We nemen een ander hotel en het lijkt erop dat we een redelijk goed onderkomen hebben uitgezocht. De kamer ziet er schoon uit, er is tv, warm water, airco en de prijs is te betalen. We zien het weer helemaal zitten, we stellen een programma op wat we nog gaan bezoeken. De volgende dag nemen we een taxi naar een Nationaal Park. Op een half uur rijden van de stad ligt een klein regenwoud waar je vroeg in de ochtend of in de avond apen, miereneters en een gigantische hoeveelheid vogels en vlinders kan aantreffen. Op onze laatste dag varen we naar Tabago, een bloemeneiland voor de kust van Panama, met een soort veerboot waarop veel Panamese toeristen rondhangen die gezellig met elkaar een dagje naar het strand gaan. Op de boot maken ze enorm veel lawaai , we zijn dan ook blij als we aan land mogen. We maken een stevige wandeling naar het hoogste punt van het eiland . De rest van de dag zitten we lekker op een terrasje aan zee. Daarna gaan we met de boot terug en rijden met de taxi naar ons hotel.

Woensdagmorgen om tien uur bellen we de cargomaatschappij. De man die opneemt spreekt alleen Spaans, dus moeilijk te volgen door de telefoon, we besluiten om toch maar naar de luchthaven te gaan. We begeven ons naar de straat, een taxi stopt Mark onderhandelt keihard voor ons geld, we betalen natuurlijk niet de volle pot. In plaats van 30 dollar betalen wij er maar 17!!!

Het is in Centraal-Amerika heel normaal om je klanten flink te laten wachten. Uiteindelijk komen we te weten dat onze motors klaar staan om te worden overgevlogen, ze zullen om 17 uur toekomen. Ik vind het nu al een succes! Het is eerste keer dat we een duidelijk antwoord krijgen op al onze vragen. We wachten geduldig tot 17 uur om dan te horen te krijgen dat er een probleempje bij de douane was in Bogota. Maar alle problemen zijn opgelost en de motors komen morgenvroeg om 6 uur toe. Na een lange dag wachten rijden we teleurgesteld terug naar ons hotel met ieder ons eigen gedacht. Na de verloren dag van gisteren staan wij al om 8 uur terug op de luchthaven, en jawel na meer dan twee weken vertraging zijn onze motors toegekomen. Na nog eens een halve dag op en neer,  en talloze "bevoegde" personen,kunnen we onze motoren gaan ophalen in het depot.

Nu we weer in het bezit zijn van onze motoren kan deel twee van ons avontuur beginnen. Over de bijna geheel opnieuw geasfalteerde Pan-American highway rijden we richting Costa Rica. Hier in Panama wordt er net zoals trouwens in Zuid- Amerika weinig rekening gehouden met motorrijders.  Alert zijn, en snel reageren, is ook hier bittere noodzaak. We moesten regelmatig de kant in duiken om die grote Amerikaanse trucks te ontwijken.

 

Na  250 km houden  twee motoragenten ons stop en ze wijzen ons op een overtreding die wij hebben begaan.  De agenten dreigen met zware boetes, uit ervaring weet ik dat dit een spelletje is van de agenten. Ik besef dat ik kordaat en tegelijk beleefd moet zijn, maar ik laat me niet zomaar onder druk zetten. Toch komen we er deze keer niet vanaf zonder boete. We kunnen kiezen : ofwel moeten we ieder 80 dollar gaan betalen in Panama City wat zou beteken dat we 250 km terug moeten rijden , of... we kunnen ook 40 dollar betalen zonder bewijs!! Onze keuze was snel gemaakt.

COSTA RICA

Aan de grens roepen jongelui me toe, hier moet je aanschuiven, hier moet je je paspoort af laten stempelen, ze proberen me op allerhande manieren wegwijs te maken in de hoop een fooi te krijgen. Zoals steeds vertel ik hen dat ik alles zelf regel. Toch is de grensovergang met Costa Rica een van de meest ingewikkelde die ik tot nu toe gedaan had. Overal moeten copies van worden gemaakt de motoren moeten worden gedesinfecteerd, er moet een verzekering worden afgesloten enz... kortom na meer dan twee uur van het ene naar het andere bureau te hebben gelopen mogen we Costa Rica binnen rijden.

Het zou een snelwegrit worden naar San Jose waarbij we veel kilometers zouden moeten afleggen. De tropische regenbui kon ons niet tegenhouden.  Door de felle regen reden we verder landinwaarts maar het begon steeds heftiger te regenen, dus maar halverwege gestopt in een motelletje langs de weg. Als we de dag nadien s' morgens vroeg vertrekken regent het nog steeds. Net voor San Jose breekt de zon  door en we stoppen om onze regenpakken uit te doen. Een Costa Ricaan op een chopper stopt en vraagt of we problemen hebben.  Neen antwoorden we in koor, we maken wel gebruik om te vragen hoe we best de stad uitgeraken om daarna op de highway  terecht te komen naar Nicaragua. Op onze vraag kwam de reactie:  mooi,  rij maar achter mij aan want ik rij ook die kant uit. Gemakkelijk voor ons, na een half uurtje zitten we op de Pan Americana die ons naar Nicaragua zal brengen.

Voor dat we naar Nicaragua rijden brengen we nog een bezoek aan Monte Verde. We slaan rechts af, na enkele km stopt het asfalt, daarna een onverharde weg tot Monteverde.  Wat men met regenwoud bedoelt, werd meteen duidelijk. De stortbuien maakten de weg tot een modderpoel.

Komt daar nog bij dat de weg ook nog vol enorme gaten zit. Het overkomt ons beiden wel eens dat we er één over het hoofd zien, met als gevolg dat we enorme klappen te verduren krijgen. Gelukkig loopt het steeds goed af zonder dat we ten val komen. De omgeving werd groener met de minuut en sprookjesachtig mooi. Monte Verde staat vooral bekend om de nevelwouden. In deze wouden kan je over enorme hangbruggen een wandeling maken. We hebben geluk en zien de zeldzame heilige quetzalvogel.

 

De canopytour mochten we niet missen had men ons gezegd, dus ook daarvoor hadden we ons ingeschreven. Hangend in een trapeze glijden we via een kabelbaan van boomtop naar boomtop.

OP WEG NAAR NICARAGUA

De weg daalt snel naar beneden. Onder een stralende zon dalen we op minder dan een uur af van 2000 meter naar zeeniveau. Nu zien we pas hoe mooi en spectaculair de weg is. Het wordt me steeds meer duidelijk waarom Costa Rica zo'n faam heeft in de wereld.

Aan de grensovergang staat een lange colonne vrachtwagens, we rijden ze langzaam voorbij tot aan het douane kantoor.

Als ik het kantoor buiten stap  heb ik de indruk dat het allemaal wat té gemakkelijk is gegaan, in minder dan een uurtje rijden we Nicaragua binnen. De dorpjes die we onderweg tegenkomen zien er vuil en slordig uit.

De mensen zijn wel vriendelijk, als we stoppen om wat te drinken komen ze een praatje maken, ze willen van alles weten en vooral wat we hier in Nicaragua komen doen, wat voor weer het in België is en zo meer. Voor ons zijn het van die gesprekken waar we niet al te diep op in willen gaan. Al vlug wordt dit weer een nummertje algemeenheden herhalen.

MANAGUA

In Managua ontmoeten Marc en ik onze vrouwen, zij verblijven  al enkele dagen in een leuk hotelletje net buiten de stad. Er valt natuurlijk heel wat te vertellen van beide kanten en er werd dan ook tot laat in de avond gebabbeld.

Hier in Managua hebben we ook een afspraak met de Lommelse dokter Toon Bongaerts die al meer dan twintig jaar woont en werkt in Nicaragua.

De volgende dag komt Toon ons ophalen en samen rijden we naar zijn huis niet ver van ons hotel. Zijn charmante Nicaraguaanse vrouw Francisca heeft lekker voor ons gekookt. Het wordt een gezellige en boeiende avond, Toon vertelt ons veel over zijn werk.

De volgende dagen zullen we de projecten in Terrabonna en Dario gaan bezoeken. Zie: http://www.carloafricatour.be/

HET NOORDEN VAN NICARAGUA

Wanneer we op weg zijn naar het bergdorpje Terrabona in het noorden van Nicaragua, waar één van onze projecten is gevestigd,  zie www.carloafricatour.be, valt me op dat alles hier veel armoediger is. Toch lijkt alles zo groen en vruchtbaar, dat er nergens een gebrek aan kan zijn. Maar volgens Toon hebben de mensen hier zware armoede; hun stukjes grond zijn te klein om van te leven, ze oogsten zelf amper genoeg bonen en maïs om een half jaar van te eten. Hier in Terrabona is Toon in 1984 beginnen werken als enige arts en is er gebleven tot in 1989. Daarna is zijn werkgebied uitgebreid naar andere regio's. Doch tot de dag van vandaag, is hij hier werkzaam gebleven zij  het op kleine schaal rond projectwerking in Terrabona. We krijgen een uitgebreide rondleiding in de polykliniek die Toon er oprichtte, en we kunnen er zien wat voor prachtig werk hier wordt geleverd.

  

Toon is hier nog zeer populair. Een moeder die met haar ziek zoontje meer dan 3 uur nodig had om te voet door de bergen tot in Terrabona te geraken wilde absoluut  haar kind  laten onderzoeken door dokter Toon.

 

De dag nadien brengen we nog een bezoek aan het stadje Dario waar het 11 jarig bestaan werd gevierd van Prosalud, een kliniek die Toon opstartte in 1997.  


De wegen in Nicaragua zijn slecht, we rijden langs grote vulkanische meren door de bergen

  

en komen  in gezellige dorpjes terecht zoals Eltuma en Wasaka. We slapen er in een heel speciaal hotel dat volledig uit hout is vervaardigd en midden in de jungle ligt.

 

Met een gids maken we een natuurwandeling.
De dagen nadien bezoeken we de prachtige steden Granada en Leon.

  

HONDURAS en GUATEMALA.

Onze vrouwen zijn weer afgereisd naar België. Marc is terug van een weekje duiken op de Corn eilanden. Onze batterijen zijn weer opgeladen we zijn weer helemaal klaar om verder te reizen richting Honduras.
De grensovergang bij El Espino, tussen Nicaragua en Honduras, is al even chaotisch en corrupt als in de rest van Midden-Amerika. Ook hier moeten weer een hoop kopieën worden gemaakt en een pak dollars worden betaald om het land te mogen binnen komen. Net als we willen vertrekken stopt er een Engelsman op een Yamaha R1. Het blijkt niemand minder te zijn dan Nick Sanders !!!! The Fastest Man Around The World . Zie www. nicksanders.com. Het was voor Marc en mij een hele eer om even met Nick over reizen en motorrijden te babbelen.

Daarna rijden we verder, we willen voor de avond valt in Tegucigalpa geraken. In Tegucigalpa aangekomen telt maar één zaak: snel een hotel zoeken met een warme douche. Hotel Tipico De Zambrano voldoet aan die vereiste mits er 15 dollar wordt betaald. Wanneer we in deze landen een warme douche kunnen nemen, zijn we telkens bang voor een flinke stroomstoot. Het water wordt verwarmd via een kleine elektrische mini boiler die meestal nog ondeskundig met enkele draden is bevestigd. Een nat lijf een draadje dat los zit, en... je hebt het zitten. Gelukkig overleven we ook weer deze wasbeurt en kunnen we gaan eten in het aanpalend restaurant, zo'n ongezellig ding met plastic tafels en stoelen en een TV die veel te luid staat. Ik vraag aan de jonge dame of het geluid niet wat zachter mag.  Ze begint in het Spaans tegen mij te praten en ik snap ongeveer 2 woorden per zin, ik excuseer mij en vertel dat ik niet veel Spaans spreek. Ondertussen zijn er twee meisjes komen  bij staan. De meiden leren  Engels op school en proberen hun beste Engels op mij uit. Er wordt altijd hetzelfde gevraagd, waar komt je vandaag, hoe oud ben je, ben je getrouwd ??? Ik vertel hen wie ik ben en dat ik op doorreis ben met de motor.

De grens met Guatemala is niet meer veraf, Marc en ik  besluiten om in Omoa de toerist te gaan uithangen.We vinden een aardig hotelletje in de baai van Honduras waar we  kunnen zwemmen wat luieren en lekkere vis eten.

DE GRENS MET GUATEMALA

Ik stap het kantoor van de douane binnen, geef mijn documenten aan een man die onderuit hangt op zijn stoel, hij groet me vriendelijk, gaat vrijwel meteen rechtop zitten veegt het stof van het bureau en begint met het paperassenwerk. Na een kwartier zijn alle papieren klaar.Net als ik denk van hé dat gaat vlug , vertelt de douanier dat we ons met deze papieren moeten gaan aanmelden op het hoofdkantoor van de douane in de haven van Puerto- Barros  dat 20 Km verder ligt. Als we ginder alle taksen hebben betaald moet we terug komen naar de grens om een paar afgestempelde papieren af te geven.

Veertig minuten later stap ik het hoofdkantoor van de SAS binnen. Ik schuif aan in de rij en als ik aan de beurt ben vertelt de dame mij dat ik eerst een formulier moet invullen en dan afgeven bij een ander loket. Nadat ik het formulier heb ingevuld  ga ik terug in de andere rij staan . Als ik hier aan de beurt ben krijg ik te horen dat ik eerst moet gaan betalen en dan met het betalingsbewijs moet terugkomen. Dus op naar een ander loket waar ik ga betalen. Hierna ga ik weer naar het loket waar ik het betalingsbewijs af geef. Een tiental minuten later krijg  ik een hoop formulieren terug en een sticker die op de motor moet worden gekleefd. Eenmaal terug buiten leg ik Marc uit wat er allemaal moet gebeuren. Marc fronst de wenkbrauwen niets begrijpend stapt hij het kantoor binnen om zijn papieren in orde te brengen.

TIKAL

De weg naar Tikal is een asfaltweg vol met gaten. Grote vuile bussen steken ons voorbij en hullen ons in een zwarte rook. We hebben er een lange rit op zitten als we in een stoffig dorpje net voor Tikal toekomen. Het is al laat en we zijn vermoeid. Aangekomen in het hotel wil ik eerst de kamer even zien, oud, zou de beste omschrijving zijn. De bedden zijn van staal en hangen net zover door als een hangmat, de kastjes zijn ook van staal en de verlichting is een tl-lamp.  De douche stelt niet meer voor als een kramikkelig hokje met boven je hoofd een koperen buisje met enkel een pisserig straaltje koud water. Het toilet ga ik zoveel mogelijk ontzien. We dingen dus eerst even af, wat zonder moeite kan. Voor een zacht prijsje kunnen we hier een paar dagen verblijven.

DE OUDE MAYA STAD TIKAL

Nog half in slaap stappen we vroeg in de ochtend in een minibusje dat ons naar de ruines zal brengen. In Tikal vind je de grootste tempels van de Maya-beschaving.
De oude Maya-stad Tikal ligt diep verscholen in een vochtige en dichtbegroeide jungle en maakt deel uit van een beschermd nationaal park.
Als we door de toegang zijn, wijzen de paden door het oerwoud ons de weg naar het zogenaamde Grote Plein, waarop zich twee enorme tempels bevinden, simpel genoemd Tempel I en Tempel II.  De trap van de 44-meter hoge Tempel I is half vergaan en daardoor is het erg gevaarlijk om de tempel beklimmen. De steile trap van Tempel II aan de overkant van het plein, toch ook nog zo'n 38 meter hoog, is wel goed intact.

 

Met behulp van de plattegrond die we hebben gekocht aan de ingang vervolgen we onze tocht. We willen in ieder geval naar Tempel IV met een hoogte van bijna 70 meter! Deze tempel wordt ook wel de Piramide van de Verloren Wereld genoemd. Je kunt de tempel niet beklimmen via een vaste stenen trap, want het grootste gedeelte van de tempel is helemaal begroeid. Aan de zijde zijn smalle houten trappen bevestigd. Er is wat moed nodig om aan de steile klim naar boven te beginnen. Maar eenmaal boven wordt onze moeite beloond. Op de top van de Piramide van de Verloren Wereld kijken mijn vriend en ik uit over de tropische jungle. In de verte zien we de toppen van de andere Tempels boven de bomen uitsteken. We horen geluiden van vogels en een enorm gebrul van kleine apen


BELIZE

We zitten al vroeg aan het ontbijt, want vandaag rijden we naar Belize en  willen in één dag door het land reizen. We zitten wat krap met onze tijd en hebben besloten om meer tijd in Mexico door te brengen. De grensovergang verloopt soepel en in geen tijd hebben we onze papieren in orde. Net over de grens stoppen we nog vlug om een verzekering voor één dag af te sluiten. De natuur waar we doorheen rijden is best mooi. Het land doet me op alle manieren terug denken aan Afrika. De meeste mensen die we zien hebben een zwarte huidskleur en langs de weg zien we veel hutjes met een rieten dak.



Rond de middag zoeken we een restaurantje op om iets te gaan eten. Een klein restaurantje heeft altijd de voorkeur, we krijgen de kaart en we bestellen eerst twee cola's. Het lezen van de menukaart is hier veel gemakkelijker dan in de vorige landen. Hier in Belize is Engels de officiële taal, en dat is voor ons gemakkelijker te begrijpen. Maar er is niet veel meer te krijgen dan wat we de laatste tijd gewoon zijn  te eten, namelijk... reist met kip en bonen. Met een volle maag zitten we een half uur later weer op de motor. Een paar uurtjes later stoppen we nog eens aan de zee om enkele foto's te maken .Daarna rijden we in één ruk naar de grens. We laten ons paspoort afstempelen bij de immigration en gaan daarna de motor invoeren. Ik meld me buiten aan een loket waar geschreven staat dat je hier de voertuigen moet invoeren. Een vriendelijke dame vertelt mij dat het kantoor over enkele ogenblikken sluit,. Het kantoor is geopend van s' morgens half negen tot s'avonds vijf uur. Ja maar het is toch nog maar vier uur vertel ik haar, ze glimlacht naar mij en knikt neen met haar hoofd. Verdomme ik was vergeten dat het in Mexico een uur later is. Wat nu ??? ons paspoort is al afgestempeld, dus we kunnen niet terug naar Belize en we kunnen ook Mexico niet binnen met onze motors.

MEXICO

Na wat discuteren  krijgen we toelating  van de douane om met de motor de grens over te rijden tot... aan een hotel dat een paar honderd meter over de grens ligt. Snel dragen we onze bagage de betonnen hotelkamer binnen, we nemen een frisse douche en gaan dan lekker eten bij ... de MEXICAAN !!!! s' Morgens voel ik de  eerste naweeën van het Mexicaans eten dat wij gisteren hebben gegeten. Het heerlijke maal heeft er voor gezorgd dat ik flinke buikkrampen heb. Nu maar hopen dat het niet te zware vormen aanneemt.

Precies om half negen melden wij ons weer aan het loket waar we de motors moeten invoeren, het is weer het een en het ander eer we alles in orde hebben. Wij zijn ondertussen anderhalf uur verder en kunnen nu zonder zorgen Mexico gaan verkennen.

Via ruta 186 rijden we nu volop noordwaarts.

We hebben namelijk nog een 500 km voor de boeg eer we in Palenque zijn. Onderweg krijgen we enkele keren een identiteitscontrole door zwaar gewapende militairen.

PALENQUE

Palenque ligt in een prachtig gebied in de nabijheid van bergen en omgeven door een groene jungle. De volgende dag nemen we een busje naar de oude Maya-stad. Er bestaan bewijzen dat Palenque reeds 1500 jaar geleden bewoond werd. Al wandelend vinden we ruïnes die nog bijna geheel overwoekerd zijn door de jungle. We maken de foto's die duizenden voor ons ook gemaakt hebben. In vergelijking met de ruïnes van Tikal is het  hier relatief klein, maar het is beter te bezichtigen. En je kunt alle tempels op en in,  iets wat op andere plekken absoluut niet mogelijk is. We hebben er van genoten,  het was zeer de moeite waard om ook deze ruines te bezoeken.

SAN CRISTOBAL

De volgend ochtend  wacht ons een mooie rit naar San Cristobal. Via slingerwegen moeten we naar 2100m hoogte. Onderweg stoppen we nog in Misol-Ha en Agua Azul.

Misol-Ha is de naam van een 35 meter hoge waterval, ongeveer 20 kilometer ten zuiden van Palenque. De waterval stort neer in een grote bron waarin je kunt zwemmen.

Agua Azul is nog eens 30 kilometer verder rijden. In Agua Azul treffen we een wildstromende blauwgroene rivier aan, die wordt onderbroken door talrijke watervallen en witte stenen. De omgeving bestaat uit jungle en je kan langs het water naar boven wandelen waar je kunt genieten van het uitzicht.

De weg naar San Cristobal heeft abnormaal veel en belachelijk hoge verkeersdrempels, waardoor we telkens behoorlijk moeten afremmen. In de kleine dorpjes die we onderweg passeren verkopen mensen fruit langs de wegen, vooral bij de drempels vanwege de lage snelheid. Soms wordt er zelfs een touw gespannen om ons te dwingen te stoppen.  In een van deze kleine indianendorpjes moet ik plots hevig in de remmen om een fietsertje te ontwijken dat plots de weg oversteekt, ik kan ternauwernood een ongeval vermijden. Marc die achter mij aan rijdt ziet van op afstand alles gebeuren. Dit scheelde echt niets,  gelukkig reed ik met aangepaste snelheid, zodat we zonder brokken onze reis kunnen verder zetten. Als ik even verder een foto wil maken van een gezin,  roept de moeder kwaad: "pesos!". OK, erg duidelijk. Om 16 uur komen we in San Cristobal aan. San Cristobal is het centrum van de indianencultuur en ligt op 2100 meter hoogte in een koele vallei. De kleurige straten, oude kerken en pleinen   leveren mij prachtige foto's op.

San Cristobal heeft ook mooie markten. Vooral de markt waar voedsel wordt aangeboden is erg bijzonder. De groente- en fruitstalletjes staan tussen de vleeskramen.

 

Bij de vleeshallen worden de dieren ter plekke geslacht en schoongemaakt. Het grote vee is al dood, maar de kippen hangen levend op de kop aan hun poten aan een touw in afwachting van het slagersmes.

 

Via Tuxtla Guiterrez rijden we naar Chiapa de Corso. Het beginpunt van een boottocht door de Cañon del Sumidero. Een grote kloof van ongeveer 1000 meter hoog. We volgen de rivier naar de waterval. Onderweg stopt de gids regelmatig en geeft uitleg, maar ik versta hem niet helemaal.  Maar dat geeft niet woorden hoeven mij niet te overtuigen van de schoonheid die hier te zien is.

 

Behalve de slechte wegen is er een even groot probleem dat er absoluut geen wegbewijzering is, we moeten dus telkens de weg vragen, als we al iemand tegenkomen.  Ook onze landkaart klopt niet helemaal met de werkelijkheid.  Volgens de kaart moeten we 40 kilometer rijden naar de splitsing alwaar we de weg naar San Pedro Tapanatepec kunnen nemen.

Als  we na 60 km nog geen splitsing hebben gezien vragen we ons toch af of we goed zitten. Niet dat er hier nu keuze is uit zoveel wegen, maar toch....  Zolang we maar naar het noordwesten rijden is het goed, zeggen we tegen elkaar.

Na nog eens tien kilometer verder te hebben gereden, ja hoor, daar is de splitsing. Even verder gaat de weg weer de bergen in. In de verte zien we een donkere dreigende lucht en als we aan de afdaling beginnen begint het meteen te stortregenen. We horen het flink donderen en proberen zo snel mogelijk af te dalen hopend op beter weer. Het onweer zit recht boven ons wat ik kan merken aan de krappe tijd tussen de bliksem en de donder. De weg wordt natter en natter en de gaten worden diepe plassen . Als ik bijna ten val kom in een van die diepe plassen beslissen we om er mee te stoppen die dag. Het rijden door dit slechte weer is onverstandig. We zijn toch bijna bij de eindbestemming van de dag.

In een klein vies dorpje brengen we in een nog viezer hotelletje de nacht door. Als we de dag nadien vertrekken zien we pas wat een ravage het onweer van de voorbije nacht heeft aangericht. De rivieren zijn overstroomt, bomen zijn ontworteld en de modder heeft vele wegen bijna onberijdbaar gemaakt.

BIJNA AAN HET EINDE VAN MIJN LATIJN.

De laatste fase van de reis komt in zicht. Gezien de staat van de wegen kunnen we op één dag op onze eindbestemming zijn. Wij rijden heel de dag doorheen enorme suikerrietplantages.  Na precies 18000 km en vier maanden onderweg te zijn geweest komen  we rond 17 uur toe in Veracruz.

 

We zijn allebei toch een beetje fier op onze prestatie. Marc heeft zijn vuurdoop goed doorstaan. Het was zijn eerste lange motorreis buiten Europa,  hij was mijn reismaatje geworden in Peru. Voor mij was het een hele aanpassing om na twee maanden over te schakelen op een ander reisritme. Ik ben namelijk gewoon om alleen te reizen. Het reizen samen met Marc viel goed mee, we hadden het zelfde bioritme en Marc kan behoorlijk goed met de motor rijden. Wel waren we het regelmatig niet met elkaar eens over bepaalde dingen. Maar dat leverde  s' avonds wel enkele boeiende gesprekken op.

HET VERSCHEPEN VAN DE MOTORS

Nu we hier in Mexico toegekomen zijn moeten we er natuurlijk ook voor zorgen dat onze motors terug in België geraken. Gelukkig hoeven wij ons hierover niet al te veel zorgen  te maken. Mijn vrouw Rita heeft vanuit België alles netjes geregeld, zodat we er enkel voor moeten zorgen dat onze motors worden verpakt in kisten en naar de haven worden gebracht . Hierbij heeft BMW Group Mexico en vooral de plaatselijk BMW dealer Vecsa ons zeer goed geholpen. Zij hebben er namelijk  voor gezorgd dat onze motoren netjes werden verpakt in de originele transportkisten van BMW en naar de haven werden gebracht zonder dat we hier voor ook maar één Peso voor hebben moeten betalen.

Nu we de  motoren hebben ingeleverd, zijn we weer rugzaktoeristen in plaats van motorrijders. Nu hebben we nog enkele dagen tijd om Veracruz verkennen. De belangrijkste plek van Veracruz is ongetwijfeld de haven. Veracruz heeft de grootste haven van Mexico, en staat bekend als 'de poort naar de wereld'.De havenstad is beslist een bezoek waard. Op het centrale plein met zijn vele terrasjes en muzikanten is het plezant om te vertoeven.

Na nog een paar zeer aangename dagen in Veracruz,  was het dan zo ver. 's Morgens stond de taxi ons op te wachten om ons naar de luchthaven te brengen. Toen we de stad  uitreden, ging er wel  één en ander door mijn hoofd. De voorbije maanden bezocht ik 13 landen er reed meer dan 18.000 km doorheen Latijns- Amerika. Elk land in dit continent was zo anders, en dat maakte deze reis zo boeiend . Ik heb veel aardige, trotse, vriendelijke mensen ontmoet,  ik ben ze allemaal dankbaar dat ik hun boeiend continent mocht leren kennen.

Ook wil ik iedereen bedanken die de afgelopen maanden mijn website hebben bezocht. Ook bedankt aan alle mensen die enthousiast berichtjes nalieten in het gastenboek. Het leuke was om af en toe eens een mailtje te krijgen van iemand die ik niet ken, om me te steunen en eventueel om informatie te vragen. Tot slot wil ik ook alle sponsors en de mensen die zich hebben ingezet voor het project en de reis, hartelijk bedanken.

Groeten Carlo,