NL | EN

 

   PER OFF ROAD-MOTOR DOOR CAMBODJA


Wat is er mooier om te kunnen doen waardoor je gepassioneerd bent, motorrijden en reizen. De gedachte om een motorreis in Cambodja te gaan maken, zal ongetwijfeld vele motorliefhebbers doen watertanden. Wie het echte Cambodja wil zien, de afgelegen dorpen en de fantastische natuur waar maar weinige toeristen komen, heeft een off road motor nodig. Daarom heb ik gekozen om een Honda XR 250 enduro te huren, een lichte handelbare motor. Deze keer zal ik ook alleen reizen. Trouwens mijn beste reiservaringen met de motor waren toen ik solo op pad was.

 

`
OP WEG NAAR KROTIE


Motorrijden is niet zonder gevaar in Cambodja, vooral in de grote steden. Ik moet gefocust blijven om alle hindernissen te ontwijken. Het is nu spitsuur en ik moet echt opletten dat ik nergens met mijn stuur en voeten vast komt te zitten. Iedereen zorgt voor iedereen en degene die het eerst begint, gaat als eerste. Het verkeer in Phnom Penh is gewoon gestoord. Om de drukte te vermijden neem ik een lokale veerboot om de machtige Mekong rivier over te steken. Even verderop stop ik voor een koffie. De overgang van het koude België naar het warme Cambodja is groot, niet alleen qua temperatuur. Het is weer een heel andere wereld waarin ik terecht kom. Het leven speelt zich ook hier weer vooral op straat af, druk, rommelig maar tegelijkertijd toch ontspannend. Het stalletjes langs de weg waar ik koffie zit te drinken ziet er niet uit maar de eigenares is heel vriendelijk, en komt op een van die goedkope plastic stoelen bij mij zitten. Ik vertel in drie woorden en wat gebaren dat ik van België kom, en dat ik hier wat met de motor kom rondrijden. Ze glimlacht, ik twijfel of zij mij begrepen heeft.
Daarna rijd ik verder langs de rivier naar het noorden richting Kampong Cham. Een eind voor de rivierstad sla ik rechts af richting Krachi waar ik de nacht zal doorbrengen. Ik rij over een mix van verharde en onverharde wegen. De mensen zijn vriendelijk en opvallend verschillend. Voor het eerst zie ik in enkele kleine dorpjes vrouwen gesluierd over straat lopen. Het is een verrassend straatbeeld dat ik niet verwacht had in het overwegend boeddhistische Cambodja. Het laatste stuk naar Kratie is een mooie route langs de oever van de Mekong. De traditionele dorpjes die ik passeer bestaan allemaal uit paalwoningen. Vanwege overstromingsgevaar zijn ze bijna allemaal verhoogd.
De eenvoudige houten huisjes bestaan meestal uit een of twee kamers waar maar weinig meubels in staan maar een televisie is bijna altijd aanwezig.
Na het avondeten ga ik de stad verkennen. De stad heeft alles te bieden van karaoke tot massage. De volgende ochtend neem ik voor een tijdje afscheid van de Mekong en rij oostwaarts weg van de rivier. In de dorpjes die ik passeer gaan veel kinderen al vroeg in schooluniform te voet, op de fiets of met de schoolbus (een pick- up truck waar ze dan met 20-25 kinderen in de achterbak zitten) naar school. De route is een mix van open zandpaden tot technisch off-road rijden over kleine singletracks .Na de middag rij ik over de bochtige wegen omhoog de bergen in en de uitzichten hier zijn prachtig. De plezierige weg blijft duren tot in Sen Monoron, waar ik toe kom net voor zonsondergang.


RATANAKIRI


De volgende route op mijn tocht brengt mij door de minder bereisde gebieden van Cambodja. Ik rijd nu door de provincie Ratanakiri die grenst in het noorden aan Laos en in het oosten aan Vietnam. Het is een dun bevolkt gebied met slechts 15.000 inwoners. De route brengt mij door een ongelooflijk heuvellandschap met kronkelige onverharde wegen. De kleine dorpjes waar ik door rij bestaan doorgaans uit 20 tot 60 gezinnen. De hutjes waar de mensen in wonen zijn van hout, het dak en de wanden zijn meestal van palmbladeren, geen stromend water en geen centrale elektriciteitsvoorziening. Wat men aan stroom nodig heeft haalt men uit een batterij .Voedsel wordt koel gehouden in een box met grote ijsblokken. Dit is ook weer een rit die opnieuw al mijn concentratie vergt en moet dan ook regelmatig overstekende mensen, honden en kippen ontwijken. Gelukkig zijn de laatste kilometers tot in de hoofdstad van Ratanakiri (Banlung) verhard. Banlung heeft een aantal geweldige watervallen en voor ik vertrek naar mijn volgende bestemming Stung Streng breng ik een bezoek aan een van de watervallen.
De enorme rubberplantages waar ik door rijd zijn aangelegd in de tijd van de Franse overheersers. De Cambodjanen maken er nu nog altijd gebruik van. De weg naar de vrij afgelegen stad in het noorden van Cambodja is goed te doen .Toch hebben mij de eerste dagen in Cambodja veel meer uitgeput dan ik had verwacht. Ik wil niet toegeven hoeveel pijn mijn zitvlak doet. Het smalle zadel van de Honda is zo hard als beton en ik besluit om een rustdag te nemen in Stung Streng. Er zijn maar weinig echte bezienswaardigheden in het stadje te vinden en doe dan ook niet veel meer dan wat rusten, een beetje rondlopen, wat eten en drinken aan de oever van de Mekong.
De voltooiing in 2015 van een 1,7 kilometer lange brug over de Mekong verbindt Stung Treng met het westen van Cambodja.Tot zeven jaar geleden liep de route van Stung Treng naar Tbeng Meanchey via Kampot Cham, een omweg van zo'n 500 km. Maar tegenwoordig ligt er een redelijke goede weg dwars door de Cambodjaanse wildernis die aangelegd is door de Chinezen. Het enige noemenswaardige dorpje dat je ongeveer halverwege de rit tegenkomt is Chhep. In het kleine stoffige dorpje stop ik om wat te eten. Het restaurant is niet meer dan een afdak met daaronder van die kitcherige tafels en stoelen gemaakt van tropisch hard hout, afschuwelijk lelijk. Iets bestellen is zoals gewoonlijk een grote uitdaging. Want ook al kende ik ondertussen het woordje voor rijst, het bleef een beetje afwachten wat ik op mijn bord zou krijgen. Het blikje cola dat ik bestelde werd samen met een glas vol ijs en een rietje geserveerd. Het ijs was geen overbodige luxe want het blikje cola bleek verschillende uren in de brandende zon te hebben gestaan.
In de afgelegen stad Tbeng Meanchey komen maar weinig andere toeristen langs, en dat merk je. De stad moet er duidelijk nog aan wennen dat het ( min of meer ) veilig bereikbaar is. Gelukkig is er een geweldig guesthouse te vinden bij het binnen komen van het stadje. In Tbeng Meanchey mocht dan weinig gebeuren, een bezoekje aan de plaatselijke markt was een hele attractie op zich. Zo vies en vuil had ik nog niet gezien, de lokale markt was een verzamelpunt voor zwerfafval en vliegen. Er hing een verschrikkelijke stank. Iets tussen riool, rottend vlees, vis en zweet. Het leverde mij wel prachtige foto's op.


SIEM REAP


Mijn rit naar Siem Reap was natuurlijk maar met één bedoeling, de wereldberoemde tempels van Angkor Wat bezoeken. Even voor Siem Reap beginnen ook de highways. Als je nu denkt aan een snelweg met 4 rijstroken dan heb je het mis. De national highway Nr 6 is niet veel meer dan een opgelapt c-weggetje in Frankrijk. En het is aan te raden uiterst defensief te rijden. Grote bussen en vrachtwagens vertragen niet als ze inhalen, maar waarschuwen wel door te toeteren om uit de weg te gaan als er tegenliggers zijn. Het grootste voertuig heeft voorrang en je kan er best voor zorgen dat je plaats maakt. Ik heb een comfortabel hotel geboekt voor de komende dagen en stap de volgende morgen op de fiets om de eerste dag maar eens rustig de omgeving te verkennen. Het is een prettig stadje. Na 10 dagen wildernis was het toch even wennen aan zo veel toeristisch geweld. Veelal Japanners, Koreanen en wat verdwaalde Europeanen. Verder ook relatief veel bedelaars. Veelal mensen die een arm, een been of beiden missen. Slachtoffers van de vele landmijnen die hier in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw zijn gelegd. Jaarlijks komen ongeveer 3.000.000 bezoekers afgezakt naar Siem Reap en daar wordt gretig op ingespeeld. Er zijn maar liefst 7 avondmarkten (die ook gewoon overdag open zijn) waar je dagenlang kunt rond slenteren. Dan heb je nog de bekende pub street met al zijn neonverlichting, massagesalons, bars, restaurants, pizza's, hamburgers, cocktails, bier, happy hour! Je kan het niet bedenken of het is er. Overal wordt je aangesproken. Hello sir, tuk-tuk sir? T-shirt? Tour? Eat? Drink? Massage? Lady boem-boem? Mayowanna? Je word er gek van. Toch maak ik een afspraak met een van de tuk- tuk drivers om mij de volgende ochtend te komen oppikken aan mijn hotel. De man komt rustig en vriendelijk over en wil mij voor een redelijke prijs de volgende dagen rondrijden om al dat moois te gaan bezoeken.


Angkor Wat


Volgens mijn taxi chauffeur kan je best eerst de minder bekende tempels bezoeken want als je begint met Ankor Wat en Bayon dan lijken alle andere tempels toch niet zo indrukwekkend meer... Afgelegen tempels zoals Banteay Samre of Banteay Srei zijn misschien niet overweldigend op het eerste zicht, maar hebben toch veel te bieden. Er zijn tempels die na hun (her)ontdekking volledig uit de wurggreep van de natuur verlost werden en nauwkeurig gerestaureerd werden. Andere, zoals Ta Prohm, zouden er nu nog ongeveer zo moeten uitzien zoals de eerste archeologen ze zagen begin jaren 1900. Je waant je er in een avonturenfilm met Indiana Jones... De reusachtige wortels van de kapokbomen groeien er over, op en door de muren. Bayon is op zijn beurt dan weer indrukwekkend door zijn torens met glimlachende gezichten en vanop Phnom Bakheng heb ik een mooi uitzicht over de torens van Angkor Wat die uit de jungle opdoemen...

In en rond Siem Reap is er natuurlijk heel wat meer te doen dan alleen de Angkor Wat tempels. Een unieke ervaring is een drijvend dorp op het Tonle Sap meer te bezichtigen. Het meer ligt iets ten zuiden van de stad. Hoe zuidoostelijker je gaat, hoe smaller het meer wordt. Uiteindelijk mondt het gigantische meer uit in de Mekong rivier en die mondt op zijn beurt uit in de zee nadat die door Vietnam is gelopen. Op het Tonle Sap meer staan heel wat steltenhuisjes. Het dorp dat zich hier heeft gesetteld heeft het slim bekeken. In elk seizoen (droog- of regenseizoen) is er altijd voldoende voedsel in het meer te vinden. De huizen staan op palen ( stelten ) van meer dan zes meter hoog! In het regenseizoen zal je daar niets van merken, maar in het droge seizoen zal je zien dat het water heel wat meters is gezakt.


BATTAMBANG


Vanuit Phnom Penh rijdt ik naar Battambang, zo'n 200 km verder. Battambang ligt enigszins buiten de toeristische routes die zich vaak beperken tot Angkor Wat in Siem Reap en The Killing Fields in Phnom Penh en is daardoor een rustige provinciestad gebleven, maar is wel de tweede grootste stad van Cambodja. Het stoffig stadje met een wandelboulevard op zijn Frans langs de rivier. Die rivier is in het droogseizoen maar een troosteloos stroompje waar het afval overal aan de kant ligt.

VERLATEN TREINSTATION


Oké, heel erg veel stelt het nu ook weer niet voor, maar het is wel de moeite waard om een kort bezoekje te brengen aan het verlaten treinstation van Battambang. Het station was vroeger een belangrijke poort voor buitenstaanders naar het handelscentrum Battambang, maar door de Rode Khmer is deze functie geheel opgeheven en nooit meer echt in het leven geroepen. Nu vind je er nog het oude entreegebouw, een paar verlaten bijgebouwen en tussen al het onkruid zie je de rails nog liggen.
Legendarische treinreis
De bamboetrein van Battambang, minder beroemd en zeker met minder allure dan de Oriënt Expres of de Trans Siberië spoorlijn maar, volgens mijn reisgids, minstens zo legendarisch. Op een ongebruikte spoorlijn vervoeren de locals al jarenlang goederen en passagiers van punt A naar B op een zelfgemaakt wagonnetje. Twee wielassen op de sporen, een vloer van bamboe er bovenop, een klein motortje van een grasmachine erbij en hop er is rijdend transport. Tegenwoordig is dit een toeristische attractie geworden en kan je meerijden op de bamboetrein. Omdat er op het moment dat ik daar was herstellingswerken bezig waren aan het spoor heb ik maar een kort stukje kunnen mee rijden met het treintje. Zittend op een paar comfortabele kussens vliegen we ( waarschijnlijk maar tegen 20 km/ u maar het lijkt veel sneller) over de rails, zodat het ritje echter meer op een tocht met een vliegend tapijt lijkt dan op een treinreis.
Phnom Banan tempel
Een bezoekje aan de Phnom Banan tempel die boven op een berg ligt is ook de moeite. Het is een leuke beklimming naar boven langs de 358 trappen. Als je bezweet boven komt zie je de prachtige overblijfsels van de tempel. Op de terugweg stop ik nog even bij de bat cave. Een grot in een bergwand waar je bij aankomst al het gepiep van de vleermuizen kan horen. Bij zonsondergang vliegen hier miljoenen kleine vleermuizen in slangvormige golven hun slaapplaats uit om op insectenjacht te gaan.
Battambang staat er ook om bekend om gehandicapte vrouwen een kans te geven op een beter leven door middel van speciale restaurants, winkeltjes en massagecentra. Zo kun je je hier voor 7 dollar een uur lang laten masseren door een blinde vrouw. Het is een heel aparte ervaring om gemasseerd te worden door iemand die het echt puur op het gevoel moet doen, en ik kan je vertellen dat ze precies de juiste plekken wist te vinden.


Kampong Chhnang.


Goed uitgerust zet ik mijn reis verder. Over de De National Highway 5 rijd ik verder naar mijn eind- en beginbestemming Phnom Penh. De National Highway 5 is een hoofdweg in Cambodja. De weg vormt een oost-westroute door het midden en westen van het land, vanaf de hoofdstad Phnom Penh via Battambang naar de grens met Thailand bij Poipet. Met 407 kilometer lengte is het één van de langere wegen in Cambodja. . Het verkeer op deze snelwegen is niet zo slecht. Wel moest ik een paar keer van de weg af rijden toen de vrachtwagens mijn lichten en claxon volledig negeerden, maar in mijn ervaring lijken mensen wat meer gezond verstand te hebben vergeleken met het verkeer in India.
Ten zuiden van het Tontle Sap meer overnacht ik nog enkele dagen in een dorp met de ronkende naam Kampong Chhnang. Het is een rustig ingeslapen plattelandsdorpje dat door de meeste trotters onaangedaan blijft omdat ze direct door reizen naar de slechts 91 km verder gelegen hoofdstad. Door zijn ligging vlakbij het Tonle Sap meer verdient de bevolking van Kampong Chhnang zijn geld voornamelijk met visserijproducten. Ik kijk mijn ogen uit hoe het leven zich ontrolt op en naast het water. Er worden tanden gepoetst en gespoeld met het modderbruine water waar even verder iemand zijn was in staat te soppen of bezig is de vaat te doen. Armtierige huisjes of hutjes van plastic en golfplaten zomen de oever af, waar het afval in grote getale rondslingert. Op het water hebben de lawaaierige brommertjes uit de stad plaats gemaakt voor longtail-bootjes met knetterende motoren of gezapig peddelende kanootjes. Tijdens de avond maak ik een wandeling over de boulevard langs de rivier en ontmoet er een vrouw die mij voorstelt om morgen avond met haar boot de befaamde floating villages( drijvende dorpen), waar hele gemeenschappen van riviernomaden hun thuis vinden, te gaan bezoeken. Naargelang het seizoen verhuizen ze in hun bootjes met hun hele hebben en houden naar een betere plaats of waar de rivier hen dwingt te gaan wonen. Er zijn hier op het water drijvende winkeltjes, tempels, scholen (met overdekte speelplaats bovenop) en zelfs de varkens drijven vrolijk rond.

Het einde komt nu wel in zicht

Phnom Penh


De laatste dagen van mijn reis doorheen Cambodja verblijf ik in Phnom Penh. Phnom Penh, ooit bekend als de 'Parel van Azië', is een bruisend zakelijk en cultureel centrum van Cambodja. De straten zijn genummerd, waardoor je gemakkelijk deze stad te voet kan verkennen met behulp van een kaart. De Preah Sisowath Quay, de boulevard langs de Tonlé Sap River is ‘the place to be'. Aan deze boulevard en de zijstraten ervan speelt het (uitgaans) leven van Phnom Penh zich af.
Ik bezoek het ‘gouden' koninklijke paleis, wandel wat langs genoemde Quai en aangrenzende parken, en neem regelmatig een aperitiefje op een terrasje van een van de vele restaurants.
De dag erna staat helemaal in het teken van de gruwelijkheden van de Rode Khmer in de jaren '75 -'79. Ik bezoek de Tuol Sleng gevangenis. Indrukwekkend!! Aansluitend bezoek ik Choeung Ek, een voormalig Chinees kerkhof, iets buiten de stad Phnom Penh. Hier staat ook het belangrijkste herinneringsmonument van wat hier is aangericht door de Rode Khmer. Hier op deze ‘Killing Fields' werden duizenden mensen letterlijk afgeslacht. Hoe barbaars deze geschiedenis ook is, dit moet je gezien hebben.
Cambodja was weer een hele aparte ervaring en er is veel meer te zien dan hoogtepunten als de tempels en paleizen van Angkor bij Siem Reap en die van Phnom Penh. De koeien en buffels op het platteland, kippen (in bosjes van 20) en varkens achter op de brommer. De zwaarste belasting was misschien wel het zwaaien en het beantwoorden van de hello's die je links en rechts om de oren klinken. Het was weer super om zo een land te verkennen met de motor. Motorfietsen zijn voor mij vrijheid en mobiliteit. En een geweldige manier om een gesprek te beginnen met de lokale mensen. Het is ook een relatief goedkope manier om je te verplaatsen. Voor mij zou het dan ook nooit mogen stoppen. Ik geniet van het leven op de openbare weg. Misschien te veel! Dus wanneer het einde van een reis nadert, voel ik weer wat verdriet in mijn hart. En dan droom ik al over mijn volgende avontuur.