NL | EN

Nadat ik in 1999 vanuit België met een BMW R100 G/S Paris Dakar overland naar India was gereisd,was ik zo onder de indruk dat ik meer van dit enorme land wilde zien. Op een gehuurde Enfield reed ik in December 2000 dwars door India van Zuid naar Noord.


Op de luchthaven van Schiphol was het nog vrij rustig die morgen.
Geen in paniek over en heen lopende toeristen. Enkel mensen van een
vreemde nationaliteit die hun eigen land boven België of Nederland verkozen om
de kerst door te brengen. Aan de incheckbaalie werden de reisticketten
gecontroleerd en de bagage gewogen. Twaalf kilo te veel zei de juffrouw achter
de bali, dat maakt dan 150 gulden. Euh.. ik zal het wel even lichter maken
vertelde ik haar en verdween snel achter de hoek om een deel over
te laden in mijn handbage. Deze woog toen bijna evenveel als mijn reiskoffer,
denk ik, maar het was oke. Met gemengde gevoelens begaf ik mij naar gate 59 waar
een comfortabele airbus klaar stond. Ik had een plaatsje aan het raam met naast
mij een man afkomstig uit Sri Lanka. Voor mij had een man plaatsgenomen met
maatpak en die volgens mij ‘s morgens een iets te opdringerige after shave had
gebruikt. Meneer besteede opvallend veel zorg aan zijn duur uitziende tas en
aan het rechtzetten van zijn das, kortom de moderne zakeman. Na wat te hebben
rondgekeken namen nog meer van zulke types plaats in de airbus. Nadien vertelde
mijn tijdelijke Sri Lankese vriend mij, dat ze vanuit New York kwamen, met
tussenlanding in Schiphol, Amman in Jordanië als eindbestemming  hadden.
Dit was ook mijn overstapplaats om in Delhi te geraken. Nadat ik uren had zitten staren en af en toe een blik gaf op
het grote vidioscherm schoven duizenden km onder mij vandaaan. Toen ik buiten
de luchthaven van New Delhi kwam, en op zoek was naar een taxi rook ik het
meteen. Dit is India, de geur van de riolen, het vuil op de straat, de koeien
en het smog kan je meteen ruiken. In zekere zin had ik dit wel een beetje
gemist. Het was immers al al weer meer dan een jaar geleden dat ik hier toe
kwam met mijn BMW motor. Meer dan 5 weken was ik solo onderweg om vanuit
Begië hier te geraken. Na Rathjastan  bezocht te hebben wist ik dat ik meer
wou zien van dit enorm land met zijn vele contrasten. Dit keer zou het gebeuren op gehuurde Endfield.

Toen ik die morgen aankwam bij Danny en Elke hadden even wat bijgepraat en was daarna in bed gekropen. Na de middag stond een
testritje op het programma met een van de gehuurde Endfields. Het was toch weer even wennen om links te rijden. Of toch niet... Men rijdt hier toch overal waar
maar het minste plaats is, het rechts schakelen en links stoppen was ander koek. Voor de rest bolde de 500 cc zware motor wel prima en ik denk dat wel dat we het samen kunnen vinden voor de komende 5 weken. Nadat we de motoren in Delhi ( met de nodige bureaucratie) op de trein hadden gezet konden we samen vertrekken ( Danny, Elke en ik) voor een meer dan 2.000 km lange treinreis die ons tot in Bangalore (zuid India) zou brengen en totaal 37 uur zou duren. In Bangalore hadden we afgesproken met Raf die al een paar dagen eerder was
toegekomen met een vlucht vanuit België. Maar Raf bleek onvindbaar. Nadat we al een poosje op zoek waren naar onze vriend, liep ik hem tegen het lijf. Raf zag er lijkbleek uit. Niet dat hij in paniek was dat we elkaar niet vonden, maar Raf had als eerste last van toerista. Nadat we wat hadden bijgepraat besloten we toch maar om deze drukke stad te verlaten. Dat we het rustig moesten aandoen was al snel duidelijk toen we  twee zware verkeersongelukken  zagen op amper 20 km, en het feit dat Danny bijna een kind had overreden.

We zijn daarna over zeer kleine wegen naar een van de hill stations gereden. Eenvoudig was dat niet daar de wegen (verkeersborden) enkel in het Tatu waren aangeduid en voor ons
dus onleesbaar. Maar voor dit alles werden we wel beloond. Via prachtige uitgestrekte rijst-en suikerietvelden omringd door enorme kokospalmen en bananenplantages bereiken we via een prachtige kronkelende weg van bijna 34 km ( Het zou volgens onze reisgids een  van de mooiste wegen zijn van zuid- India ) Conoor, een van de eerste hille stations.

Dit waren vroeger de buitenverblijven van de Brtitten die hier in de zomer de koelte van de bergen opzochten. Het zou hier nooit warmer worden dan 24 en nooit kouder dan 14 graden. Hier verbleven we dan ook een paar dagen in een voormalig Brits koloniaal huis, en konden van hieruit mooie dag uitstappen maken. We bezochten dan ook de enorme theeplantage die op de hellingen van de bergen
groeide en een theefabriekje .Ook bezochten we een natuurpark waar opvallend veel olifanten leefden. Buiten verschillende soorten apen en damherten zagen we
ook exotische vogels. Er zou ook een enkele keer een tijger of een luipaard te zien zijn. Op een van deze tochten kreeg ik een eerste keer af te reken met pech. De carburator van mijn Endfield was aan het lekken gegaan. Nadat ik deze had gedemonteerd, bleek dat de vlotter niet meer volledig afsloot. Na het verbuigen van de vlotternaald was het probleem verholpen.

We zakken verder af naar het zuiden om er in meest zuidelijk punt van India kerst te gaan vieren aan zee. De rit naar Madurai was levensgevaarlijk, we werden voortdurend de berm in gereden
door dolle bus- en vrachtwagenbestuurders. Zo ook die keer dat Danny bijna frontaal in aanraking kwam met een vrachtwagen die aan het inhalen was in een
bocht. We konden alle drie nog net de de berm induiken. Ik zelf moest in een dorpje vol in remmen (van zover  je van remmen kunt spreken, van voor is niet veel vertraging waar te nemen, achter des
te meer zo dat het soms lastig is om de motor onder controle te houden voor een uitbrekend achterwiel) Om een oude man die wel Danny en Raf had gezien maar
niet mij.Op het nippertje kon ik een aanrijding vermijden. Al maar goed dat ik de Enfield een beetje gewoon begin te worden. Nadat we in Madurai

een van de grootste hindutempels  van India hadden bezocht hadden we er nog een nacht doorgebracht om vervolgens onze weg verder te zetten naar Kaap Comorin.

Kerst hadden we door gebracht in Kovolam, een van de mooiste
badplaatsen van India. Het is helemaal ingesteld op de westerse toerist.

De plaatselijke vissers genieten dan ook volop van het westerse bloot. We verbleven er een paar dagen en brachten de tijd door met zwemmen en niks doen.

We hebben er ook geproefd van de heerlijke visschotels, o.a haai,king fisch,
red snapper, kreeft en gamba's...

Acht uur en tien minuten dat was de tijd om in Alleppey te geraken, en al die tijd heeft het geregend. We bevinden ons nu in
de deelstaat Kerala een overbevolkt stukje aardsparadijs. Kerala wordt ook de natte staat genoemd, en dat hebben we ondervonden. Rijden in het donker en in
de regen is synoniem aan zelfmoord in India. Daarom beslisten we om niet verder te rijden naar Alleppey, maar te overnachten in een van de kleinere dorpjes. De teleurstelling was groot toen we te
horen kregen dat het enigste hotelletje geen kamers had. Niet dat alles was volgeboekt maar hier waren gewoon geen kamers. Begrijpen wie begrijpen kan. Dan
toch maar voorzichtig verder gereden naar Alleppey, waar we het tot nu toe duurste hotel genomen hadden ( we hadden de moed niet meer om verder te zoeken
naar een goedkoper). Er was tv en airco aanwezig, maar we moesten wel de kamer delen met duizenden mieren en ongedierte. Enkele hiervan hadden zelfs de moed om bij mij in bed te kruipen.

Ook op weg naar Periyam waar we één van de
grootste tijgerparken van India gingen bezoeken hadden we in de regen moeten
rijden. De weg er naar toe loopt door een plantage voor rubber, teak,specerijen, thee en koffie.

Ook overal langs de weg kan je arbeiders zien werken in de suikerriet en  kokosvezelindustrie.

Op 5 km van ons einddoel strande de Endfield van Raf. Het motortje weigerde alle
dienst, zodat we uiteindelijk de motor op sleep hebben genomen. Meestal zijn de
hotels in Periyam volgeboekt omwille van de vele toeristen die het  park komen bezoeken. Wij hadden het geluk
onmiddellijk een te vinden. Nadat we de dag nadien de motor van Raf hadden
hersteld ( vocht in de ontsteking ) was het beginnen opklaren zodat we bij
valavond het park nog konden bezoeken. Dat was toch de bedoeling. Zoals alles
in India was het ook moeilijk om een ticket voor de boottocht , die men in het
park kan maken vast te krijgen. De boot die om 17 uur zou vertrekken was al
volgeboekt. Probeer die van 7uur morgenochtend vertelde men ons... Maar dan zeker
op tijd komen. 's Morgens om 5 uur opgestaan om zeker op tijd te zijn. Bij
aankomst aan de ingang van het park stonden 4 mensen al te wachten aan de hokjes
waar de ticketten werden verkocht.Het zou wel in orde komen om er een paar vast
te krijgen dachten we... Mis gedacht, toen wi j ongeveer een uur later  aan de beurt waren , bleek dat alle tickets
voor de boot van 7 en 9 uur al verkocht waren!!! Voor die van  11 uur konden we er nog krijgen... Pure maffia
praktijken natuurlijk. Gelukkig konden wij ongezien aansluiten bij een groep
Italiaanse toeristen en konden zo alsnog gratis mee op de boot. Veel geluk
hadden we niet, buiten wat apen, vogels, otters en buffels hebben we niets
gezien. Al zouden er een veertigtal tijgers in het park moeten rondlopen Dan
maar verder gereden naar de backwaters.

Stoplicht en achterlicht werken al een paar dagen niet meer, maar vanaf nu moet ik het ook stellen zonder snelheidsmeter. Al maar goed dat
mijn claxcon het nog uitstekend doet, want zonder valt hier niet te rijden.
Het blijft oppassen in het verkeer, zo werd Raf onlangs nog aangereden door een
bestelwagen. Gelukkig zonder veel erg en konden we zonder veel problemen onze
reis verder zetten.

Nooit voordien wensten zo veel mensen mij een gelukkig Nieuwjaar als
toen die avond op de beachroad  in Kochin. Duizenden mannen waren er
naar toe gekomen om er Nieuwjaar te vieren. ( De vrouwen hier binnen
na zonsondergang.)

Wij zelf hadden ons verwend met een etentje in een
van de duurdere hotels en hadden nadien een wandeling langs de zee
gemaakt.

 

Kochin, een voormalige Portugese en Hollandse kolonie is
vooral bekend voor de mogelijk oudste kek in India, waar Vasco Da Gama
in 1524 werd begraven. Zijn stoffelijk overschot werd 14 jaar later
overgebracht naar Portugal.
HET AARDS PARADIJS!!!! Het bestaat, ik heb het zelf gezien. Tussen
Kochin en Alllappuzha liggen de backwaters. Dit zijn lagunes die door
een strand zijn afgescheiden van de Arabische zee. Een boottocht
tussen twee steden is een belevenis. Men vaart er door die prachtige
backwaters langs dorpjes met reisvelden en kokospalmen. Men bevindt
zich in een uniek natuurgebied en ziet afwisselend oerwouden, riet-en
grasvelden. Ook komt men overal mensen tegen die op bootjes van allesvervoeren.


Vervolgens rijden we langs de Arabische zee steeds verder noordwaarts
om dan rond de streek van Mahé in westelijke richting landinwaarts te
rijden tot in Mysore, een bijzonde aangename stad waar de zoete geuren
van sandelhout en wierook zich met elkaar vermengen. We bezochten er
ook het Maharadjapaleis uit 1797.


Via een van de weinige wijnstreken van India, de streek van Bangalore,
waren we terug aangekomen waar we waren vertrokken. De vakantie voor
Danny en Elke zit er na drie weken op. Zij vliegen terug naar Delhi,
Raf gaat nog een paar dagen naar Madras alvorens hij terug naar België
vliegt.
Twee van de drie Endfields worden terug op de trein richting Delhi
gezet, met de derde Endfield zal ik via Khajuraho en Varannasi terug
naar Delhi rijden. Goed voor ongeveer 3.000 Km

Ik reed er door de armste staten van India. Deze zijn vrijwel onbekend
voor de Westerse toerist.

De kokospalmen zijn van het decor verdwenen
en hebben plaatsgemaakt voor een rotsachtig berg plateau. Een droog
landschap met talrijk beboste valleien. Na drie dagen en meer dan
1.600 km bereik ik Khajuraho waar zich de erotische tempels bevinden.


Een van de redenen dat de meer dan duizend jaar oude tempels zo goed
zij bewaard zijn gebleven is dat Khajuraho zo afgelegen ligt. En dat
heb ik ondervonden. Op de laatste 160 km heb ik maar liefst zeven uur
gereden waarvan vier in het donker. De weg was zeer smal en zat vol
diepe kuilen. Op ongeveer 70 km van Khajurao ging de koppelingskabel
stuk, midden in het niets. De enkele hutten die er stonden hadden geen
elektriciteit. Omdat ik mijn zaklamp verloren was, had ik het moeten
stellen met het licht van een kaars. Het was ondertussen al flink koud
geworden. De temperatuur kan hier 's nachts dalen tot een graad of 5
en overdag klimt het naar een aangename 25°. De weg van Khajuraho naar
Varannasi ( 480 km ) was ook al niet te best. Ik had maar liefst elf
uur in het zadel gezeten! Wat me meteen opviel in Varannasi was de
enorme drukte en chaos die er heerste. Ja ja, ik weet het wel, de
echte Indiareiziger zou een hotelletje nemen in de buurt van de ghats
waar het erg druk is en waar veel goedkope hotelletjes zijn. Ik verkoos het meer rustig gelegen cantonment area op een paar kilometer
afstand van de ghats.
Varannasi, ook wel de stad van de dood genoemd, laat niemand
onberoerd. Deze stad brengt ons oog in oog met de totaliteit van het
leven. Het water van de Gangges is voor onze maatstaven eerder smerig
en vuil,de pelgrims echter hebben maar maar één doel en haasten zich
naar de rivier om er zich te reinigen.

Ik moest wel even slikken en de
ander re kant opkijken toen de lijken op de brandstapel zag liggen of
wanneer ik een dode in de Ganges zag  drijven.
Voor iedere Hindoe is het een wens hier te mogen sterven. Men kan er
dan ook aan de oever oude mannen zien die op hun nabij dood zitten te
wachten. Ik zit er alleszins nog niet op te wachten.


De Laatste 800 km verliepen niet helemaal zoals ik verwacht had. Ik
had er een paar dagen 's morgens in de dikke mist gereden wat mijn
gemiddelde snelheid terug bracht tot 20 km per uur.En bijgevolg 's
avonds er een paar uur in het donker moest gereden worden. Ook heb ik
nog af te rekenen gehad met een gebroken ketting en een defecte
ontsteking. Gelukkig ad ik voldoende reserveonderdelen bij en heb ik
alles zelf kunnen herstellen, en kon zo toch nog tijdig in Delhi
geraken. Danny en Elke hadden mij verrast met een heerlijke maaltijd.
Juist, frieten met biefstuk. Er werd nog wat nagepraat over onze mooie
reis.
Omdat India zo anders is dan het westen zijn er mensen die
ogenblikkelijk afknappen en er nooit meer naar toe willen. Zelf vind
ik India een fantastisch land en een land bij uitstek om met de motor
te verkennen. Waar andere reizigers moeten afhaken, rij je met de
motor dwars door de landerijen en de dorpen, en mag je, je meestal
verheugen op een warme belangstelling van de lokale bevolking.
Tweemaal heb ik India nu bezocht en zou er graag nog eens een derde
keer naar toe gaan om na het zuidelijkste punt ook het meest
noordelijke punt, namelijk de Himalaya, te gaan bezoeken en er te gaan
motorrijden over de hoogste passen van de wereld.